Op 19 april 2015 sloot Nederland een belastingverdrag met Malawi en ongeveer drie maanden later, op 22 juli 2015 werd het belastingverdrag met Kenia ondertekend. Beide belastingverdragen vertonen aanzienlijke overeenkomsten. 

Een voorbeeld betreft het dividendartikel in de beide verdragen dat Nederland toestaat om uitgaande dividenden met 15% te belasten, terwijl Malawi en Kenia uitgaande dividenden maximaal met 10% mogen belasten. Van Nederlandse zijde is dit verschil in behandeling verdedigd doordat de diverse landen onder de beide belastingverdragen hun nationale tarief kunnen blijven heffen.

Een andere overeenkomst tussen beide belastingverdragen is dat zowel Malawi als Kenia bij nader inzien niet gelukkig waren met de bereikte onderhandelingsresultaten en verzochten om aanpassing van de belastingverdragen. In het geval van Malawi bleek ruim een jaar na de ondertekening van het verdrag dat Malawi twee inhoudelijke wijzigingen wilde aanbrengen. In zijn reactie gaf de Staatssecretaris van Financiën aan dat het volgens hem ongebruikelijk is dat een verdrag na ondertekening wordt opengebroken. Hij heeft daarom aan Malawi voorgesteld om eerst de ratificatie van het belastingverdrag af te ronden en daarnaast te onderhandelen over een wijzigingsprotocol (zie V-N 2016/54.5). Het lijkt er sterk op dat Malawi het gevoel had met een kluitje in het riet te zijn gestuurd met als gevolg dat Malawi het belastingverdrag tot dusver niet heeft geratificeerd. Malawi heeft overigens nooit expliciet aangegeven het verdrag niet te zullen ratificeren.

In de relatie tot Kenia ligt de zaak iets anders. Kenia heeft het met Nederland gesloten belastingverdrag aanvankelijk geratificeerd, maar heeft een ratificatieprocedure gevolgd die (mogelijk) niet in overeenstemming is met de huidige Keniaanse grondwet (zie onder andere V-N 2022/45.7). Inmiddels is Kenia tot de slotsom gekomen dat het in 2015 ondertekende belastingverdrag met Nederland voor Kenia niet gunstig uitpakt. Ook Kenia heeft aan Nederland voorstellen gedaan om het reeds ondertekende belastingverdrag aan te passen. Nederland heeft in eerste aanleg dezelfde benadering gekozen als in de relatie tot Malawi, dus doorgaan met de ratificatie ervan en daarnaast onderhandelen over een wijzigingsprotocol. Kenia heeft in 2018 aangegeven dat Kenia het verdrag niet zou gaan ratificeren. Begin 2021 heeft Nederland daarom voorgesteld te gaan onderhandelen over een geheel nieuw belastingverdrag. Kenia is hiermee akkoord gegaan en het wetsvoorstel tot goedkeuring van het belastingverdrag met Kenia is vervolgens ingetrokken (zie V-N 2022/26.8). Een dergelijke keuze is Malawi onthouden.

Het hierboven gesignaleerde verschil in behandeling roept vragen op. De hoofdvraag is of Nederland meer waarde hecht aan een belastingverdrag met Kenia dan met Malawi. Vanuit de belangen van het Nederlandse bedrijfsleven bezien zou dit overigens niet verbazingwekkend zijn. Het kan natuurlijk ook zo zijn dat sprake is van voortschrijdend inzicht, waarbij het feit dat Malawi nog steeds niet heeft geratificeerd, van belang kan zijn. Het verschil in bejegening blijft wel opvallend.

Informatiesoort: Uitvergroot

Rubriek: Internationaal belastingrecht

Focus: Focus

Carrousel: Carrousel

  575
Inhoudsopgave van deze editie
Gerelateerde artikelen
MUST READ, COLUMNS