Op vragen uit de Tweede Kamer naar de gevolgen van een no-deal-Brexit voor het verdrag inzake sociale zekerheid tussen Nederland en het VK heeft het kabinet geantwoord dat dit bilaterale verdrag geen terugvaloptie is. Met als adembenemende toelichting: ‘het verdrag (is) momenteel met name relevant voor inwoners van het Eiland Man en de Kanaaleilanden’ (V-N 2019/17.7, p. 32). En dus niet voor die andere 99,7% Britse-eilandenbewoners. 

Ik vrees dat het politiek wenselijke en het juridisch juiste antwoord hier zijn verwisseld. Een hint in die richting kan in dezelfde Kamerbrief worden gelezen, waar wordt gesproken over de verkenning van operationele afspraken met het VK ‘in afstemming met de EC gezien de gevoeligheid van bilaterale contacten met het VK’.

Op 11 april 2019 is de Britse uittreding uitgesteld naar (uiterlijk) 31 oktober 2019. Komt het alsnog tot een harde Brexit, dan zijn de Europese Verordeningen inzake sociale zekerheid vanaf de uittredingsdatum niet meer van toepassing in de relatie met het VK. Wat volgens het kabinet resteert, is toepassing van nationaal recht, met potentieel dubbele verzekering en premieplicht tot gevolg of juist de afwezigheid hiervan. Want het bilaterale verdrag uit 2005 (Trb. 2006, 226) ‘is niet gesloten met het oog op een dergelijke uitgebreide groep van personen die nu nog onder de werkingssfeer van de coördinatieverordening valt’. In deze visie blijven alleen de Kanaaleilanden en het Eiland Man over die immers noch tot het VK noch tot de EU behoren.

Ik lees in de personele werkingssfeer (art. 2 van dat verdrag) iets anders. Wat betreft betrekkingen tussen de Kanaaleilanden, het Eiland Man en Nederland geldt het verdrag voor alle (gewezen) verzekerden. Wat betreft betrekkingen tussen Groot-Brittannië (Engeland, Wales en Schotland), Noord-Ierland en Nederland geldt het verdrag uitsluitend voor (gewezen) verzekerden, op wie '(...) met betrekking tot een specifieke gebeurtenis of omstandigheid, de Europese verordeningen niet van toepassing zijn, of niet van toepassing zullen zijn.' Er staat niet: of op wie de verordeningen van toepassing zijn geweest. Na een harde Brexit vallen in relatie met het VK de bestaande verordeningen weg (waaronder de voor het VK nog geldende ‘oude’ derdelandersverordening 859/2003). Vanaf dat moment staat het verdrag mijns inziens open voor alle (gewezen) verzekerden in Nederland en het VK.

Het vorige verdrag dateert uit 1954, lang vóór de toetreding van het VK tot de EU in 1973. Het oude verdrag zag op de socialeverzekeringsrelaties van Nederland met Groot-Brittannië, Noord-Ierland en het Isle of Man. Voor de uitbreiding van de werkingssfeer naar de Kanaaleilanden zou een herziening van het oude verdrag hebben volstaan. Er werd echter gekozen voor een nieuw verdrag in verband met de in 2000 in werking getreden Wet beperking export uitkeringen en de hiermee samenhangende noodzaak van controle op grensoverschrijdende uitkeringen. Dat komt terug in de preambule: ‘wishing to consolidate the above Convention (verdrag 1954) and its extension (naar de Kanaaleilanden) and modification (Wet BEU e.d.) into a single document’. Hieruit blijkt kristalhelder dat het niet de bedoeling van partijen was om de verdragsrelatie te beperken tot de Kanaaleilanden (en Man), maar er juist naar uit te breiden.

Rubriek: Europees belastingrecht, Internationale sociale zekerheid

Informatiesoort: Uitvergroot

  391
Gerelateerde artikelen