GroenLinks Tweede Kamerlid Snels heeft een voorstel ingediend voor een zogenoemde conditionele exitheffing in de dividendbelasting. In de literatuur is hierop al de nodige kritiek geleverd. 

Zo is in Vakstudie Nieuws de nieuwe exitheffing vergeleken met een poging een hek om Nederland te zetten met als doel de alhier gevestigde multinationals binnen te houden, maar met als vermoedelijk gevolg dat nieuwe multinationals naar het buitenland gaan. Nu het voorstel geheel is aangepast naar aanleiding van de stevige kritiek van de Raad van State, is het tijd voor een nadere blik, onder meer de budgettaire kant.

Het voorstel houdt in dat op moment van vertrek wordt bepaald in hoeverre de aandeelhouders gerechtigd zijn tot vrijstelling of vermindering van de dividendbelasting. Voor zover dat niet het geval is, wordt de dividendbelasting bij conserverende (naheffings)aanslag geheven. Met name uit voorbeeld 7 van het aangepaste voorstel blijkt duidelijk dat de bedoeling is dat de (latente) dividendbelasting die daaruit voortvloeit, blijft kleven aan de aandelen. Waarbij mijn stellige verwachting is dat vanaf dat moment op basis van het marktmechanisme de aandelen met dividendbelastingclaim wat lager zullen noteren. Voor veel buitenlandse partijen zijn deze aandelen dan minder aantrekkelijk.

Allereerst merk ik op dat uit het wetvoorstel niet blijkt hoe en wanneer dividendnota’s moeten worden uitgereikt. Mijn voorzichtige indruk is dat op moment van ‘‘vertrek’’ een dividendnota kan worden uitgereikt voor het gehele bedrag dat in de conserverende naheffingsaanslag is begrepen. Ik ga er maar vanuit dat dit nog zal worden hersteld. Aandeelhouders vullen hun aangifte in op basis van de dividendnota’s, niet op basis van een analyse van de wet. Dat leidt dus tot problemen, mogelijk ook budgettaire.

Maar ook overigens vrees ik een tegenvallende opbrengst. Wat over het hoofd lijkt te worden gezien, is dat aandelen van bezitter zullen veranderen, zeker bij beursgenoteerde ondernemingen. En dan blijken de aandelen waarop de dividendbelastingclaim rust, met name interessant voor Nederlandse aandeelhouders. Die kunnen de dividendbelasting namelijk verrekenen, waardoor het voor hen geen last is. Dat geldt óók voor aandeelhouders die de deelnemingsvrijstelling kunnen toepassen. Zij krijgen effectief de dividendbelasting volledig terug en kunnen een leuk voordeeltje realiseren door hun aandelen zonder dividendbelastingclaim te ruilen voor aandelen met claim.

Het proces van ‘‘vernederlandisering’’ kan worden versterkt door bijvoorbeeld aandelen van Nederlandse aandeelhouders te gaan inkopen onder inhouding van dividendbelasting. En omdat bij binnenlandse aandeelhouders door de verrekening per saldo geen opbrengst is, neemt de opbrengst voor de Nederlandse staat af.

En dan de risico’s. De NOB vergeleek de exit-heffing met Hotel California uit het liedje van de Eagles: ‘‘You can check out any time you like, but you can never leave’’. Maar wat nu als het optimisme van Snels niet juist blijkt te zijn en het Hof van Justitie EU toch een uitgang creëert? Als de inhoudingsplichtige bezwaar heeft aangetekend, moet de staat aan hem de betaalde dividendbelasting terugbetalen. Maar het beursfonds betaalt mogelijk niet door, al was het maar omdat het niet weet wie destijds de aandeelhouders waren. De verrekening blijft daarmee mogelijk wel in stand. En hoe kansrijk is dan een claim tot schadevergoeding van de aandeelhouders die eerder aandelen hebben verkocht met een lagere opbrengst?

De conclusie is dat het wetsvoorstel budgettair gezien tot risico’s leidt. Alleen al om die reden lijkt dit wetsvoorstel mij geen goed idee.

Informatiesoort: Uitvergroot

Rubriek: Dividendbelasting

  1727
Gerelateerde artikelen