‘‘Wie kan er een naam voor dit schepsel verzinnen
Een beest dat een slurf heeft en poten en vinnen
En vleugels en oren zo groot als de krant:
Dag schild-papa-plu-vlo-flaming-olifant!”

Zo rond de jaarwisseling valt alles op zijn plaats, wanneer ik dit rijmpje uit Eric Carle’s Dieren-ABC voorlees aan mijn kinderen. De tongbreker slaat op de BTW’er van nu. Want … de BTW’er van vroegâh, die is niet meer. Die BTW’er snapte de neutraliserende werking van een integratieheffing. Ook zou hij nooit beginnen aan een nultarief voor onbewerkte groente en fruit, laat staan ‘‘om zo snel mogelijk daarna de BTW op alle gezonde groente- en fruitproducten af te schaffen” (V-N 2022/49.12). Meer zou hij voelen voor de invoering van een herziening op kostbare diensten (V-N 2017/28.16).

De BTW’er van nu, die heeft een bouwhelm op. Voor de beoordeling of door verbouwingswerkzaamheden in wezen een nieuw gebouw is ontstaan, moet hij van de Hoge Raad vaststellen wat in bouwkundig opzicht met een bestaand gebouw is gebeurd (V-N 2022/49.11 en V-N 2022/50.13). De BTW’er van nu heeft ook een doktersjas aan. Hij moet in staat zijn te beoordelen of de behandeling van een medisch pedicure die voetverzorging bij diabetes uitvoert, van gelijkwaardige kwaliteit is als die van een BIG-geregistreerde podotherapeut (art. 81 lid 1 Wet RO, V-N 2022/42.30.2). De BTW’er van nu kan bovendien niet aankomen met een ouderwetse rekenmachine. Hij moet, als het aan Rechtbank Gelderland ligt tenminste, kunnen bepalen of deelnemers aan een willekeurige pensioenregeling enig beleggingsrisico dragen, en zo ja, in welke mate (V-N 2022/51.11-12).

Dan een blik op de toekomst. Op 8 december 2022 verschenen de voorstellen rondom het thema VAT in the Digital Age. Een flink pak papier dat met hardcore BTW-techniek weinig van doen heeft, eerder met accounting en automatisering. De Europese Commissie zet in op Digital Reporting Requirements, waarbij harmonisatie van de rapportage van (live-)transacties en e-facturering de standaard is. Ook worden de Übers, Airbnb’s en aanverwanten in de toekomst onbezoldigd ontvanger van EU-middelen. Toegegeven, de eenvoud is gediend met duidelijkheid over BTW-transacties via platforms. Of dit het ei van Columbus is, zal de tijd (moeten) leren. Daarnaast is de inzet onder meer de invoering van een Single VAT registration in the EU door uitbreiding van het éénloketsysteem (One Stop Shop) met meer grensoverschrijdende B2C-goederen- en dienstentransacties. Deze stap richting het bestemmingslandbeginsel brengt met zich dat een belastingplichtige de wetgeving in andere EU-lidstaten niet zo maar naast zich neer kan leggen. Een cursus Pools, Hongaars of Roemeens strekt dan ook tot aanbeveling voor de BTW’er van nu. Kennisname van de lokale variant van Toelichting Tabel I (V-N 2022/26.11) is essentieel om te weten of het verlaagde tarief aldaar ook van toepassing is op (pakweg) de levering van een ‘boekbol’.

Moraal van dit verhaal? Waar het in 1984 volgens Ploeger nog de nationale wet was die bij een wijziging van de richtlijnen als een kameleon zijn kleur aan die van zijn omgeving aanpaste (BNB 1984/212), zo voorziet de BTW’er van nu het ‘kameleon-effect’ van nieuw elan.

Informatiesoort: Uitvergroot

Rubriek: Omzetbelasting

Carrousel: Carrousel

Focus: Focus

  1022
Inhoudsopgave van deze editie
Gerelateerde artikelen
MUST READ, COLUMNS