Aangekondigd is dat het kabinet een rekeningcourantmaatregel gaat uitwerken om excessief lenen van de eigen BV te bestrijden. Doelstelling van de regeling die per 2022 moet ingaan, is langdurig uitstel van de aanmerkelijkbelangheffing en tijdrovende discussies over uitdelingen tegen te gaan.

Het idee is om zowel bestaande als nieuwe eigenwoningschulden bij de eigen BV ongemoeid te laten. Het voornemen bestaat om overige schulden van de aanmerkelijkbelanghouder (en zijn partner) aan de BV voor zover zij een bedrag van € 500.000 overtreffen als regulier voordeel in box 2 aan te merken.

De aankondiging van deze maatregel lijkt te zijn ingeslagen als een bom. Toch is het naar mijn mening alleszins gerechtvaardigd dat langdurig uitstel van aanmerkelijkbelangheffing door geld te lenen van de eigen BV bij wetswijziging wordt bestreden.

Uit het bestaande wettelijke systeem volgt dat ingeval de eigen BV gereserveerde winst herinvesteert of herbelegt in beginsel nog geen winstuitdeling bij de dga wordt geconstateerd. Wanneer dat herbeleggen plaatsvindt in relatie tot de dga ontstaat er in dit systeem echter een spanningsveld met het draagkrachtbeginsel als grondslag voor de Inkomstenbelasting. De dga die duurzaam de beschikking krijgt over de winst door gelden te lenen van de BV en te beleggen in bijvoorbeeld vastgoed in box 3 heeft de draagkracht om bij de te dragen aan de Inkomstenbelasting. In een dergelijke situatie is materieel geen sprake van een herbeleggen van de winst in de BV, maar van een beleggen van de winst door de dga in privé. Dat wordt mijns inziens niet anders ingeval de dga door middel van een lening bij de eigen BV over de winst beschikt ter (her)financiering van zijn eigen woning.

Er ontstaat hier bovendien rechtsongelijkheid ten opzichte van de IB-ondernemer die geen uitstel van belastingheffing kan bewerkstelligen door geld via een lening te onttrekken aan zijn eigen onderneming. Het feit dat onttrekkingen van winst aan de eigen BV door middel van leningen in de regel niet als inkomen worden aangemerkt, is een gevolg van het feit dat de fiscale wetgeving in beginsel aansluit bij de privaatrechtelijke vormgeving van rechtshandelingen. Hierdoor ontstaat een onwenselijke fiscale stimulans om gelden aan de eigen BV te onttrekken door middel van leningen in plaats van dividenduitkeringen en salaris, zeker bij het huidige lage renteniveau.

In de aanbiedingsbrief bij het Pakket Belastingplan staat vermeld dat in 2015 totaal door aanmerkelijkbelanghouders € 51 miljard van hun eigen vennootschap werd geleend. Men kan het de aanmerkelijkbelanghouders niet verwijten dat zij nog geen inkomstenbelasting hebben betaald over dit bedrag waar zij materieel al wel de beschikking over hebben gekregen. Het forse bedrag duidt op een systeemfout in het belastingstelsel dat daar de oorzaak van is.

Vanuit het draagkrachtbeginsel bezien en de wens naar een grotere rechtsvormneutraliteit zou het gerechtvaardigd zijn om het wettelijke uitgangspunt om te draaien. Een lening van de vennootschap waarin een aanmerkelijk belang wordt gehouden, wordt in beginsel als winstuitdeling aangemerkt. Het is praktisch om een bescheiden rekening-courantverhouding ongemoeid te laten. Vanzelfsprekend is ook overgangsrecht voor bestaande leningen, in het bijzonder eigenwoningleningen, op zijn plaats. De aangekondigde rekeningcourantmaatregel is mij te mild. Met die maatregel blijft de onwenselijke fiscale stimulans bestaan om hypotheken af te sluiten bij de eigen BV en andere leningen tot een bedrag van € 500.000.

-----------------------

Noot redactie: Abusievelijk is in de papieren versie van V-N 2018/66 een onjuiste versie van de column opgenomen. De op deze pagina opgenomen column en de publicatie op de Navigator bevatten de juiste tekst.

Informatiesoort: Uitvergroot

Rubriek: Inkomstenbelasting

Dossiers: Prinsjesdag 2018

Focus: Focus

Carrousel: Carrousel

61

Gerelateerde artikelen