Regels zijn bedoeld om het rechtsverkeer te ordenen, maar Jeroen Knuist vindt dat die orde in het geval van pensioen in eigen beheer ver te zoeken is.

Na een vrij lange voorgeschiedenis met diverse verkennende oplossingsrichtingen, is op Prinsjesdag 2016 het wetsvoorstel Uitfasering pensioen in eigen beheer ingediend bij de Tweede Kamer. Vlak voor de jaarwisseling adviseerde de Staatssecretaris van Financiën de leden van de Eerste Kamer plots om de stemmingen over dit wetsvoorstel uit te stellen. Hij kondigde een novelle aan om te zorgen dat indexatielasten niet rücksichtslos ten laste van de fiscale winst zouden worden gebracht. De novelle is inmiddels verschenen en daaruit blijkt dat toch geen reparatie nodig is om de aftrek van indexatielasten te voorkomen.
 
Het is het zoveelste voorbeeld dat bevestigt: de wetgeving rondom pensioenopbouw in eigen beheer is niet meer te snappen. En dat geldt niet alleen voor de staatssecretaris. Leg aan de pensioenverzekerde dga maar eens uit waarom er een verschil bestaat tussen de commerciële en de fiscale waarde. En vervolgens ziet hij in de commerciële jaarrekening weer een andere (RJ-)waarde terug. Tekenend was ook de ellenlange discussie in de parlementaire geschiedenis over de partnercompensatie en de bijbehorende vraag of men voor de wijzigingen een verplicht rondje naar de notaris zou moeten maken.
 
Met het wetsvoorstel alleen zijn we er nog niet. Nu is de praktijk aan zet en ook daar zullen de nodige problemen ontstaan. Kunnen bijvoorbeeld alle pensioenberekeningen op tijd worden gemaakt? Welk afstempelingsmoment is kostentechnisch handig, gelet op de meldingstermijn van een maand? Maar ook lastige besprekingen zullen volgen. Net als bij Monopoly start in sommige relaties de (echt)scheidingsprocedure namelijk al bij de spelregels. En sommige spelregels zijn bovendien nog niet helemaal duidelijk. Mag de ODV bijvoorbeeld voor 100% aan de langstlevende worden toegerekend, ook al is die slechts voor 1% tot erfgenaam benoemd? En zo ja, mag dit in een onderhandse akte? En hoe wordt precies de inkorting van de partnervrijstelling in de Successiewet berekend? Met de 20-jarige ODV-uitkering (met een vaste looptijd dus) wordt immers een levenslange uitkering benaderd.
 
Voor het toekomstplaatje is de voorlichting en de vastlegging door de adviseur cruciaal. Hoe zorgt de dga voor voldoende middelen voor zijn of haar oudedag? De zalvende woorden van de staatssecretaris ten spijt, ook de schenkingsaspecten bij de partnercompensatie zijn nog niet geheel verdwenen. Stel dat de partner alleen wenst mee te werken aan de keuze van de dga als hij of zij wordt gecompenseerd. Wie geeft dan in het kader van vooroverleg antwoord op de vraag of sprake is van een schenking? Is dat de inspecteur voor de schenkbelasting, het centraal aanspreekpunt pensioenen (CAP) van de Belastingdienst, de lokale inspecteur (dan hebben we de keuze uit de IB, de LB of de VPB), of allemaal? Of gaat de staatssecretaris dat zelf beoordelen? Een mooie nalatenschap voor een eventuele opvolger.
 
En dat terwijl de oplossingsrichtingen ogenschijnlijk simpel zijn. De adviseur zal doorgaans, ook zonder een à la carte doorrekening van de drie opties, vermoeden welke afhandeling de dga voorstaat. Regels zijn bedoeld om het rechtsverkeer te ordenen, maar die orde is in het geval van pensioen in eigen beheer ver te zoeken. Afschaffing (desnoods met wat pragmatisme) is dus een goede zaak.
 

Rubriek: Inkomstenbelasting, Pensioenen, Loonbelasting, Vennootschapsbelasting

Informatiesoort: Uitvergroot

  777
Gerelateerde artikelen