De overgangsregeling voor intracommunautaire transacties bestaat al ruim 25 jaar. Het is de Commissie een doorn in het oog.

Zij heeft daarom een voorstel geschreven voor een definitief systeem om B2B-transacties tussen lidstaten voor de btw te behandelen (COM(2018) 329). Het positieve is dat de verouderde term ‘‘intracommunautair’’ wordt vervangen door ‘‘intra-Unie’’ of ‘‘binnen de Unie’’ en dat een – ik geef toe best ingewikkeld geregeld – belastbaar feit verdwijnt, namelijk de intracommunautaire verwerving. Ook goed is dat de Commissie dreigt het woud met diverse, aan individuele lidstaten verleende overgangsmaatregelen terug te snoeien. Voor de rest belooft het weinig goeds. Alle leveringen tussen belastingplichtigen (met inbegrip van leveringen aan rechtspersonen) worden geacht plaats te vinden in de lidstaat van bestemming na aankomst van het vervoer. Een uitzondering geldt (i) voor leveringen door belastingplichtigen die onder de forfaitaire landbouwregeling vallen (die categorie hebben we in Nederland niet meer), (ii) voor leveringen die onder de margeregeling vallen (i en ii vallen overigens in het geheel niet onder de definitie van intra-Unie-leveringen) en (iii) voor leveringen die worden geacht plaats te vinden op de plaats van de montage of waar de goederen zich bevinden (voor deze leveringen verandert niets). De btw is verschuldigd door de leverancier, tenzij de afnemer een gecertificeerde belastingplichtige is. Fraudeurs kunnen elkaar gewoon btw in rekening brengen (zie hierna). Een uitzondering geldt voorts voor goederen en diensten die onder het snellereactiemechanisme vallen. Deze mogelijkheid wordt flink gekortwiekt, omdat zij een afwijking is van het eenvoudige systeem dat de Commissie voor ogen staat. Voorts wijs ik op de kasstroomeffecten van het voorstel. Ik vraag me af of ondernemers daarop zitten te wachten.

De Commissie schat in dat de btw-fraude binnen de EU door het definitieve systeem met € 41 miljard zal afnemen. Hoe de Commissie daarbij komt, is een raadsel. Zelfs met de aangekondigde extra maatregelen om de samenwerking tussen de lidstaten te verbeteren, zal het naar mijn mening niet lukken deze ongekende lusthof voor grootscheepse carrouselfraude kuis te houden. Een niet in Nederland gevestigde leverancier brengt 21% Nederlandse btw in rekening en moet deze aan de Nederlandse Belastingdienst afdragen. De afnemer krijgt voor hetzelfde bedrag een tegoedbon, in te wisselen tegen euro’s bij dezelfde Belastingdienst. Ben ik nu een zwartkijker, als ik denk dat dit ellende gaat opleveren? Nederland is er door snel te handelen, lessen te trekken en goed toezicht te houden, in geslaagd een van de lidstaten met de laagste (geschatte) btw-fraude te worden. Met het definitieve systeem zoals de Commissie het heeft bedacht, is Nederland terug bij af. Een ketting is zo sterk als zijn zwakste schakel en de Commissie is van plan de sterke en de zwakke schakels aan elkaar vast te maken. Het wordt helemaal een chaos als het voorstel van de Commissie wordt aangenomen dat de lidstaten meer vrijheid geeft bij de selectie van de goederen en diensten waarop een verlaagd tarief van toepassing is (COM(2018) 20).

Gelukkig is de Commissie er (nog) niet in geslaagd de besluitvorming te wijzigen, zodat unanimiteit is vereist. Dit betekent dat Nederland kan voorkomen dat het definitieve systeem dat de Commissie (ongetwijfeld met de beste bedoelingen) heeft bedacht, wordt ingevoerd. Ik roep minister Hoekstra op om de Commissie op korte termijn duidelijk te maken dat zij iets anders moet bedenken. En anders - ik blijf herhalen dat ik verdrietig ben dat de Britten nog steeds van plan lijken de Unie te verlaten - verwijs ik graag naar Churchill: Keep Calm and Bugger On.

Informatiesoort: Uitvergroot

Rubriek: Europees belastingrecht, Omzetbelasting

  505
Gerelateerde artikelen