Staatssecretaris Van Huffelen heeft vrijdag 13 maart 2020 namens het kabinet het eindadvies van de Commissie Donner omarmd. Direct is een ruimhartigere reparatie en compensatie aangekondigd door het advies in tijd en gedupeerden te verbreden.

Kort daarna berichtte ik op een sociaal platform een artikel met een co-auteur te hebben geschreven. Zichtbaar zijn is ook in coronatijden universitair van belang. Ik haalde tevens de kabinetsreactie aan. Daarop kwam een reactie dat er geen reden is triomfantelijk te doen over een overheid die mensen voortaan netjes gaat behandelen, na hen eerst tot slachtoffer te hebben gemaakt.

In dezelfde periode kreeg ik van een lid van de Brüll-fanclub een interview met Dieter Brüll toegemaild (Marianne Bruggink en Frans van Rijn, Interview met prof. dr. D. Brüll, Fiskaal 1983, nr. 3). Brüll benadrukt in dit interview de rol van ‘het systeem’ dat dwingt tot fout gedrag. Ik meen dat de individuele verantwoordelijkheid hierbij niet onderbelicht mag blijven. De integriteit van een organisatie is niet abstract, maar begint bij een persoon. Ik acht een mens in beginsel verantwoordelijk voor zijn daden.

Staatssecretaris Van Huffelen is sinds kort staatssecretaris en heeft, mede namens Staatssecretaris Van Ark van SZW, een historische stap gezet door afstand te nemen van overheidsgedrag dat tot gedupeerde belanghebbenden heeft geleid. Waar de Commissie Donner de geïnstitutionaliseerde vooringenomenheid benadrukt, geeft de staatssecretaris tevens aan dat er een causaal verband is tussen de schade en het handelen van de Belastingdienst/Toeslagen. De kabinetsreactie meent dat de organisatie schadelijk heeft gehandeld en kijkt nu niet zozeer naar de gedragingen van ambtenaren. De gedupeerde burger staat centraal.

Dit afstand nemen is in woord én in daad, want er zal met terugwerkende kracht corrigerend worden teruggekomen op dit handelen van de Belastingdienst. Wie de laatste jaren heeft gevolgd hoe nieuwe jurisprudentie in beginsel niet met terugwerkende kracht wordt toegepast, kan niet anders concluderen dan dat de kabinetsreactie baanbrekend is. Hoe terecht en noodzakelijk die reactie ook is. Misschien was het een voorbode dat recent in geval van het recht op huurtoeslag bij begeleid wonen de nieuwe jurisprudentienorm ook werd losgelaten (brief Minister van BZK van 3 juni 2019, 2019-0000247520 en Kamerstukken II 2018/19, 29325, 101).

Ik hoop dat deze historische kabinetsreactie het begin is van het opnieuw uitvinden van de Algemene wet bestuursrecht en met name de in 1994 deels daarin gecodificeerde algemene beginselen van behoorlijk bestuur. Zij vormen mede de basis voor een behoorlijke behandeling van belanghebbenden. Het kabinet kondigt ook wetgeving aan die het realiseren van de menselijke maat zal ondersteunen. Dit is van belang, omdat juist nu de automatisering voor de komende jaren wordt ingericht en het een uitdaging zal worden om de rechten van individuen te blijven waarborgen. Brüll verwoordde in het interview de kern: ‘Op het moment dat je het individu vergeet is het mis’.

Als er gedupeerden zijn, past terughoudendheid en ruimhartigheid. Maar een bewindspersoon die zo stevig the Rule of Law omarmt, doet goed, bevrijdt en verdient niets anders dan respect. Hut ab! Dat is ‘Chapeau!’ in het Duits.

Informatiesoort: Uitvergroot

Rubriek: Toeslagen en zorgverzekeringswet

  762
Gerelateerde artikelen