Bij de behandeling van het Belastingplan 2022 bij de Eerste Kamer zijn negen moties ingediend, waarvan er drie zijn aangenomen. Toch wil ik graag een motie uitlichten die het níet heeft gehaald. Dit betreft de motie-Van Rooijen (50PLUS) over het aanstellen van een aparte Minister voor Belastingen. 

Wat mij opviel, was de beperkte steun voor deze motie (Kamerstukken I 2021/22, 35570, Y). Alleen de fracties Nanninga, Otten, 50PLUS en PvdD stemden voor. Dat zijn 14 van de 75 zetels. En uit de invulling van de nieuwe ministersposten leid ik af dat een dergelijke minister evenmin onderdeel gaat uitmaken van het nieuwe kabinet.

Was de motie dan zo’n ‘slecht’ voorstel? Integendeel. Het mag geen geheim zijn dat de post ‘Financiën’ – of fiscaliteit in het nieuwe kabinet – de zwaarste rol is voor een staatssecretaris. In staatsrechtelijke zin blijft het op zijn zachtst gezegd bijzonder dat we een dergelijke verantwoordelijkheid neerleggen bij het ‘hulpje van’ en niet bij de minister zelf. Dat klinkt minderwaardig, maar zo zie ik het ook. De staatssecretaris treedt, in de gevallen waarin de minister dat nodig acht en met inachtneming van diens aanwijzingen, in zijn plaats op als minister. Met andere woorden, de minister blijft naast de staatssecretaris verantwoordelijk. Niets aan de hand zou je zeggen. Maar toch schuift de Staatssecretaris van Financiën – of fiscaliteit in het nieuwe kabinet – op vrijdag niet aan bij de wekelijkse ministerraad.

Er is dus wel degelijk verschil. En evenzo dat ‘zijn’ departement nagenoeg volledig verantwoordelijk is voor de ontvangsten van het Rijk. Percentueel stijgt dat aandeel bovendien als gevolg van het sluiten van de Groningse gaskraan. Gelukkig krijgen we met Marnix van Rij (CDA) wel een staatssecretaris met (inhoudelijk) verstand van zaken.

Een jaar of zes geleden sprak ik mij op deze plek ook al uit voor een Minister van Belastingen (V-N 2015/44.0). In de tussentijd is een aantal wezenlijke dingen veranderd. In de politiek is er de roep om een nieuwe bestuurscultuur en vereenvoudiging van het belastingstelsel. De afgelopen jaren legde de Toeslagenaffaire bloot waar wetgeving en uitvoering lelijk kunnen schuren. Daarvoor is in het vorige kabinet een tweede staatssecretaris als crisismanager aangesteld. Hans Röben legde in zijn Uitvergroot in V-N 2020/5.0 uit welke taken een extra bewindspersoon zou kunnen uitvoeren en daaraan zijn handen vol zou hebben. Die lijst is niet uitputtend en nog steeds actueel. Met andere woorden, de uitvoering van deze motie hoeft niet ‘vaag’ te zijn, maar kan juist heel concreet worden uitgevoerd. En meer concreet betekent meer controle voor het parlement.

Kortom, ik vind de uitkomst van de stemming over de motie teleurstellend. En probeer met deze column aandacht aan de motie te geven in de hoop dat dit in de toekomst alsnog leidt tot promotie van de rol van Staatssecretaris van Financiën naar Minister van Belastingen. Ik ben voor!

Informatiesoort: Uitvergroot

Rubriek: Belastingrecht algemeen

Dossiers: Prinsjesdag 2021

Focus: Focus

Carrousel: Carrousel

  2335
Inhoudsopgave van deze editie
Gerelateerde artikelen
MUST READ, COLUMNS