Begin 2024 zijn er volgens het CBS ruim 1,25 miljoen zzp’ers. Dat zijn er bijna 160.000 meer dan een jaar eerder! Het aantal zzp’ers is bovendien in tien jaar tijd verdubbeld.

Of we dit nu een zorgelijke ontwikkeling vinden of niet, feit is dat veel van deze zzp’ers weinig tot geen oudedagsvoorziening opbouwen naast de AOW. En dat terwijl eerder pensioneren, liefst voor 65 jaar, een wens is die kennelijk sterker leeft onder zzp’ers dan onder werknemers.

Je zou verwachten dat veel zzp’ers zich suf sparen om invulling te geven aan die wens. Maar het tegendeel is waar. Het risico van een grote inkomensterugval bij pensionering vindt de regering een zorgelijke ontwikkeling. Daarom is bij de parlementaire behandeling van de Wet toekomst pensioenen (Wtp) veel aandacht uitgegaan naar de zogeheten experimenteerruimte. Hierdoor kunnen zelfstandigen vrijwillig deelnemen aan pensioenregelingen in de tweede pijler. Nu, bijna een jaar na invoering van de Wtp, is het verdacht stil op dit terrein. Mijn indruk is dat er maar weinig ‘geëxperimenteerd’ wordt. Waarom zouden zelfstandigen ook opeens deelnemen aan een pensioenregeling? Lijfrenteopbouw is al jaren mogelijk en ook daar wordt door zelfstandigen maar zeer mondjesmaat gebruik van gemaakt.

Hoe komt het toch dat zelfstandigen maar niet aan het pensioensparen geraken? Daar zijn verschillende oorzaken voor. Eén van de redenen is dat zelfstandigen afhaken op de jaarruimteberekening. De moed zakt in de schoenen zodra ze de gegevens daarvoor bij elkaar moeten verzamelen. En dan gebeurt er dus niets. Zo moeilijk is de jaarruimteformule helemaal niet. Vind ik. Maar als zelfstandigen het toch te ingewikkeld vinden – of te veel gedoe – dan wordt het tijd na te denken over versimpeling. Mijn oplossing is simpel: herintroduceer de per 2003 afgeschafte basisruimte. In aangepaste vorm welteverstaan.

Hoe stel ik mij dat voor? De basisruimte was een ongetoetste ruimte. Een belastingplichtige kon hiervan gebruik maken ongeacht de hoogte van het inkomen en de eventuele pensioenopbouw. Als de wetgever de basisruimte herintroduceert voor uitsluitend belastingplichtigen zonder pensioen, dan kunnen deze belastingplichtigen zonder jaarruimteberekening – en dus zonder gedoe – tóch een oudedagsvoorziening vormen. We hoeven niet bang te zijn dat belastingplichtigen met (goudgerand) pensioen de regeling misbruiken. Zij zullen wél de jaarruimte/reserveringsruimte moeten berekenen. Maar het helpt zelfstandigen – en werknemers – zonder pensioen. De hoogte van de basisruimte zou afgeleid kunnen worden van het minimumloon. Dat bedraagt op dit moment – bij een 38-urig dienstverband – € 2.185 per maand (exclusief vakantiegeld). Rekening houdend met een AOW- franchise van € 17.545 (2024) zou de daarbij behorende jaarruimte ruim € 3.000 bedragen.

Zou ervoor gekozen worden dit bedrag aan basisruimte in te voeren, dan krijgen zelfstandigen een laagdrempelige mogelijkheid om toch iets aan pensioenopbouw te doen. Voor misbruik hoeven we niet te vrezen. Is het inkomen (substantieel) lager, dan zal de betreffende belastingplichtige het inkomen over het algemeen hard nodig hebben om het hoofd boven water te houden en niet inzetten voor pensioen.

Of het ook werkt? Als we niets doen, weten we zeker dat er niets van terecht komt. Zie het maar als een experiment.

Informatiesoort: Uitvergroot

Rubriek: Pensioenen, Inkomstenbelasting

Focus: Focus

1205

Gerelateerde artikelen