Voor de heffing van schenk- en erfbelasting is de Belastingdienst overgegaan op nieuwe ICT-systemen. Zowel het externe systeem (opstellen en indienen van de aangifte) als het interne systeem (opleggen van de aanslagen) is gewijzigd teneinde een efficiencyslag te maken.

De aangiften voor overlijdens op of na 1 januari 2017 moeten digitaal worden ingediend. Softwareaanbieders moeten het digitale format van de Belastingdienst volgen. Inmiddels blijkt dat de digitale aangifte in veel situaties moet worden aangevuld met een schriftelijke toelichting. Ik noem twee voorbeelden.

De erfgenaam die van de overledene tijdens diens leven een schenking heeft ontvangen onder de verplichting deze in te brengen in de nalatenschap, kan dit niet verwerken in de aangifte. De erfgenaam/begiftigde verkrijgt door de inbrengverplichting een lager bedrag uit de nalatenschap. Vult de erfgenaam/begiftigde zijn erfdeel in, dan wordt hij belast voor een te hoog bedrag. Een oplossing is om andere erfdelen in te vullen. De begiftigde/erfgenaam vult dan een lager erfdeel in, waardoor zijn belaste verkrijging op het juiste bedrag uitkomt (en de overige erfgenamen vullen een hoger erfdeel in). Een variant daarop is om bij de overige erfgenamen een bedrag als verkregen legaat in te vullen. Geen van deze mogelijkheden is uiteraard de (hele) waarheid. De ingediende aangifte moet dus schriftelijk worden toegelicht.

Ook de oudedagsverplichting (en de lijfrenterekeningen en lijfrentebeleggingsrechten) is niet in alle gevallen juist te verwerken in de digitale aangifte. De waarde van de aanspraken is onderdeel van de nalatenschap. De verkrijging van de aanspraken op een ODV is daarentegen vrijgesteld van erfbelasting. Waarschijnlijk is men bij het vormgeven van de digitale aangifte aangehaakt bij de vrijstelling, want de aanspraken kun je niet invullen. Toch is de waarde wel van belang als deze van invloed is op andere belaste verkrijgingen, bijvoorbeeld bij een wettelijke verdeling. De hoogte van de onderbedelingsvordering van de kinderen is in dat geval afhankelijk van de waarde van de aanspraken. Als de waarde van ODV-aanspraken wordt ingevuld als overige bezitting, merkt het biljet de aanspraken van de langstlevende niet meer aan als vrijgesteld. Een schriftelijke aanvulling moet ook nu dus volgen.

Dit verhaal kent naar mijn mening twee verliezers. De digitale aangifte kan in veel situaties niet stellig, duidelijk en zonder voorbehoud worden ingediend. De erfgenaam die hiermee aan de slag gaat, volgt de (digitale) instructies en dient naar zijn beste weten een juiste aangifte in die onjuist blijkt te zijn. Voor wiens rekening komt deze onjuiste aangifte? Van opzet is geen sprake. Een boete zou dan onterecht zijn. Ook indien de erfgenaam een adviseur in de arm neemt, is hij de spreekwoordelijke pisang, omdat de schriftelijke aanvulling tot meer werk en dus meer kosten leidt. Maar vergeet de aanslagregelaar niet. Die moet niet alleen zien te achterhalen of alle gegevens zijn ingevuld, maar ook of deze juist zijn ingevuld. Ik zie hier de efficiencyslag niet.

Kortom, de digitale aangifte erfbelasting voelt als online boodschappen doen, waarbij je alsnog naar de fysieke supermarkt moet, omdat het online berekende en betaalde bedrag niet juist is. Dus hierbij een oproep aan (de ICT-afdeling van) de Belastingdienst om te zorgen voor een correct digitaal aangiftebiljet. Dan kan de belastingplichtige deze stellig en zonder voorbehoud (laten) indienen.

Informatiesoort: Uitvergroot

Rubriek: Schenk- en erfbelasting

  1246
Gerelateerde artikelen