Van 19-22 maart 2024 vond in New York City de 28e sessie plaats van het Committee of Experts on International Cooperation in Tax Matters. Een van de onderwerpen op de agenda betrof het “Fast-Track Instrument to Provide for the Streamlined Amendment of Bilateral Double Taxation Treaties” afgekort tot FTI.

De totstandkoming van het FTI is zonder twijfel geïnspireerd door het op OESO/G20 BEPS Multilaterale Instrument of MLI. Het FTI beoogt bestaande verdragen aan te passen aan de 2017 en de 2021 Updates van het VN-modelverdrag en ziet vooral op de toedeling van meer heffingsrechten aan bronstaten.

Het FTI bestaat uit 3 delen (Parts) die in totaal 18 artikelen omvatten en daarnaast 8 bijlages (Schedules). De acht bijlagen zien op de volgende onderwerpen:

  1. De verdragsgerechtigdheid van pensioenfondsen;
  2. Vermogenswinsten in relatie tot natuurlijke rijkdommen en offshore indirect capital gains (art. 13 leden 6 en 7, VN-modelverdrag);
  3. Vergoedingen voor technische diensten (art. 12A VN-modelverdrag);
  4. Inkomen uit geautomatiseerde digitale diensten (art. 12B VN-modelverdrag);
  5. Arbitrage;
  6. Onderworpenheid aan belasting als vereiste voor verdragsvoordelen (subject-to-taxregel);
  7. Vermogenswinsten die verband houden met de waarde van onroerende zaken; en
  8. Dienstverlenings-vaste-inrichtingen.

Wanneer we naar deze acht bijlagen kijken en naar de Notitie Fiscaal Verdragsbeleid 2020, dan blijkt dat Nederland grote bezwaren heeft tegen de opname van art. 12A VN-modelverdrag in belastingverdragen. Met betrekking tot het in 2021 aan het VN-modelverdrag toegevoegde art. 12B en de VN subject-to-taxregel zal het Nederlandse standpunt niet veel anders zijn, temeer omdat Nederland zich heeft gecommitteerd aan de 2-pijleroplossing. Gelet op de Nederlandse positie met betrekking tot onderwerpen 7 en 8, geen voorstander maar eventueel bereid om deze bepalingen in het kader van een compromis op te nemen, zal de Nederlandse opstelling ten aanzien van de in 2021 aan art. 13 VN-modelverdrag toegevoegde nieuwe leden 6 en 7 vermoedelijk ook niet heel veel anders zijn. Al deze punten behoren niet tot het Nederlandse verdragsbeleid en Nederland heeft deze punten in het verleden echter uitsluitend in het kader van een finaal compromis geaccepteerd. Met betrekking tot de verdragsgerechtigdheid van pensioenfondsen en arbitrage zal de Nederlandse positie mogelijk wel positiever zijn.

Samenvattend geldt dat Nederland zelf nauwelijks baat lijkt te hebben bij het FTI. Het FTI is vermoedelijk vooral van belang voor ontwikkelingslanden. In dit licht lijkt het niet waarschijnlijk dat Nederland het FTI zal ondertekenen.

Informatiesoort: Uitvergroot

Rubriek: Internationaal belastingrecht

Focus: Focus

443

Gerelateerde artikelen