Met enige regelmaat overvalt mij een gevoel van weemoed. Naar de tijd dat een constructieve opstelling van de inspecteur geen uitzondering, maar regel was. De tijd dat een goed inhoudelijk (telefoon)gesprek met de inspecteur niet ongewoon was. De tijd dat je na het lezen van de (afwijzende) schriftelijke reactie van de inspecteur op een verzoek of bezwaarschrift niet verbijsterd hoefde te zijn over de aangedragen argumenten. De tijd dat het niet gewoon was dat je maandenlang moest wachten op een standpunt van de Belastingdienst.

Maar die tijd is niet meer. Met name de massale uitstroom van gekwalificeerde medewerkers als gevolg van de vertrekregeling heeft aan die tijd een einde gemaakt. Hiermee wil ik nadrukkelijk niet zeggen dat er bij de Belastingdienst geen gekwalificeerde medewerkers meer werkzaam zijn, maar dat zij, althans dat is mijn persoonlijke ervaring, een minderheid zijn geworden.

Net vóór de zomervakantie herleefde bij mij even de hoop dat die goede oude tijd weer zou herleven. In de eerste voortgangsrapportage op het Jaarplan 2019 Belastingdienst werd melding gemaakt dat de werving in het eerste kwartaal van 2019 goed was verlopen en de Belastingdienst in deze periode een groot aantal medewerkers mocht verwelkomen. Die hoop werd in de kiem gesmoord door de AuditDienst Rijk – nota bene onderdeel van het Ministerie van Financiën – die kritisch constateerde dat de voortgangsrapportage slechts informatie geeft over het aantal geworven medewerkers en niet over de kwaliteit van de geworven en de interne doorstroom van medewerkers. Die focus op de aantallen geeft te denken. De visie van de Belastingdienst is immers gebaseerd op vier kernbegrippen, waarvan deskundigheid er - terecht! - één is.

Goethe heeft erop gewezen dat niet het vele goed is, maar het goede veel. Je kunt beter één goede medewerker werven of intern laten doorstromen dan tien waarvan de deskundigheid te wensen overlaat. Ik ben daarom niet enthousiast over het ‘wervingssuccesnummer’ van de Belastingdienst - de selectieboulevard - waarbij de Belastingdienst mensen werft met een sollicitatieprocedure van welgeteld één dag. Niet voor niets waarschuwt het spreekwoord ervoor om over één nacht ijs te gaan. De Belastingdienst is niet geholpen met de werving van veel, maar van goede medewerkers. Het is waar dat het (ook) voor de Belastingdienst moeilijk is om goede medewerkers te vinden. Maar dit heeft niet alleen met de krapte op de arbeidsmarkt te maken, maar ook, zoals ik in Uitvergroot V-N 2018/2.0 heb betoogd, met een gebrek aan voldoende fiscale boegbeelden binnen de Belastingdienst. Met die boegbeelden trek je mijns inziens eerder de juiste personen aan dan met een sollicitatieprocedure van één dag. Het zou daarom wenselijk zijn om, geheel in lijn met de visie van de Belastingdienst, de wervingsfocus te verleggen van de kwantiteit naar de kwaliteit. Daarmee zou de Belastingdienst niet alleen zichzelf, maar ook belastingplichtigen en belastingadviseurs een goede dienst bewijzen.

Rubriek: Belastingrecht algemeen, Fiscaal bestuurs(proces)recht

Informatiesoort: Uitvergroot

  797
Gerelateerde artikelen