Hof Amsterdam oordeelt dat de gemeente een aanslag rioolheffing mag opleggen voor de garagebox onderin een flatgebouw. De Hoge Raad oordeelt dat de middelen of klachten niet tot cassatie kunnen leiden (art. 81 Wet RO).

Belanghebbende, X, is huurder van een garage onderin een flatgebouw. In het flatgebouw bevinden zich meerdere garages en woningen. X gebruikt de garage als opslagruimte. Zijn woning is gelegen op ongeveer één kilometer afstand. In geschil is de aanslag rioolheffing die de gemeente aan X heeft opgelegd voor de garage. De garage heeft geen waterpunt en geen directe aansluiting op de gemeentelijke riolering.

Hof Amsterdam (V-N Vandaag 2018/1824) oordeelt dat de gemeente een aanslag rioolheffing mag opleggen voor de garagebox onderin een flatgebouw. De garagebox is niet aan te merken als een afzonderlijke zaak, maar wel als een zelfstandig gedeelte daarvan. Er vindt vanuit de garagebox afvoer van hemelwater plaats door middel van een regenpijp aan het flatgebouw. Aan het belastbare feit voor de rioolheffing wordt voldaan. Het hof verwerpt het beroep van X op het gelijkheidsbeginsel. Het hoger beroep van X is ongegrond.

De Hoge Raad oordeelt dat de middelen of klachten niet tot cassatie kunnen leiden (art. 81 Wet RO).

[Bron Uitspraak]

Wetsartikelen:

Gemeentewet 228a

Instantie: Hoge Raad

Informatiesoort: VN Vandaag

Rubriek: Belastingen van lagere overheden

Editie: 3 juli

  1257
Inhoudsopgave van deze editie
Gerelateerde artikelen