Rechtbank Den Haag oordeelt dat de niet-ontvankelijkverklaring bij een te late motivering van een beroep niet dwingend uit de wet volgt. In casu is er geen aanleiding om de beroepen niet-ontvankelijk te verklaren. Er is namelijk niet gebleken dat de inspecteur in zijn belangen is geschaad.

X trekt in 2010 tot en met 2014 in totaal € 43.026 als voorbelasting af, waardoor hij in totaal € 38.031 aan BTW-teruggaven krijgt. Na een boekenonderzoek volgen naheffingen en een 10% verzuim- en een 50% vergrijpboete. In geschil is primair of de beroepen van X niet-ontvankelijk zijn. Op 18 september 2019 is verzocht om de beroepen binnen vier weken te motiveren, maar dit is pas op 13 januari 2020 gebeurd.

Rechtbank Den Haag oordeelt dat de niet-ontvankelijkverklaring bij een te late motivering niet dwingend uit de wet volgt. In casu is er geen aanleiding om de beroepen niet-ontvankelijk te verklaren. Het enkele feit dat de IB-beroepen van X door de rechtbank kennelijk niet-ontvankelijk zijn verklaard, is daarvoor onvoldoende. Er is ook niet gebleken dat de inspecteur in zijn belangen is geschaad. Uit de herberekening van X zelf volgt dat hij voor twee jaren niet de vereiste aangiften heeft gedaan en dat de bewijslast in zoverre moet worden omgekeerd en verzwaard. De correcties van die jaren berusten op een redelijke schatting. De correcties van de overige jaren maakt de inspecteur deels aannemelijk. De boetes worden deels verminderd en X krijgt een immateriëleschadevergoeding.

[Bron Uitspraak]

Wetsartikelen:

Algemene wet bestuursrecht 27e

Algemene wet bestuursrecht 6:6

Instantie: Rechtbank Den Haag

Rubriek: Omzetbelasting, Fiscaal bestuurs(proces)recht

Editie: 5 augustus

Informatiesoort: VN Vandaag

  443
Inhoudsopgave van deze editie
Gerelateerde artikelen