Rechtbank Zeeland-West-Brabant oordeelt dat X forensenbelasting verschuldigd is over haar stacaravan. De bestaande toeristenbijdrage-overeenkomst via de VvE en het ontbreken van verhuuractiviteit nemen het belastbare feit niet weg.

X bezit een stacaravan op een vakantiepark, die zij als vakantiewoning gebruikt. De WOZ-waarde van de stacaravan bedraagt € 59.000. Op basis van deze waarde legt de heffingsambtenaar op 30 november 2023 een aanslag forensenbelasting 2023 op van € 170. X maakt hiertegen bezwaar. X betaalt via de VvE een toeristenbijdrage aan de gemeente en meent hierdoor geen forensenbelasting schuldig te zijn. De heffingsambtenaar wijst het bezwaar af en X gaat in beroep.

Rechtbank Zeeland-West-Brabant oordeelt dat art. 223 Gemw en de lokale verordening de gemeente de bevoegdheid geven om forensenbelasting te heffen als X meer dan 90 dagen een gemeubileerde woning beschikbaar houdt zonder hoofdverblijf in de gemeente. X voldoet aan deze voorwaarden. De toeristenbijdrage-overeenkomst ziet alleen op toeristenbelasting en beperkt de forensenbelasting niet. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

[Bron Uitspraak]

Wetingang:

Gemeentewet artikel 223

Instantie: Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Rubriek: Belastingen van lagere overheden

Editie: 10 februari

Informatiesoort: VN Vandaag

11

Inhoudsopgave van deze editie

Gerelateerde artikelen