Hof 's-Hertogenbosch oordeelt in hoger beroep dat niet van belang is dat de auto na een aanrijding zwaar was beschadigd en niet meer kon rijden. Bij de controle is namelijk geconstateerd dat de auto stond geparkeerd en dat aldus gebruik werd gemaakt van de weg. De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet-ontvankelijk omdat de aangevoerde klachten geen behandeling in cassatie rechtvaardigen (art. 80a Wet RO).

De heer X is van 15 januari 2015 tot en met 15 maart 2016 houder van een auto, waarvan het kenteken vanaf 6 juli 2015 is geschorst. Op 9 juli 2015 wordt bij een controle geconstateerd dat de auto voor het huis van X staat geparkeerd. In geschil is de naheffingsaanslag motorrijtuigenbelasting van € 66 over het tijdvak 6 juli 2015 tot en met 20 augustus 2015, alsmede de 100% verzuimboete. Rechtbank Zeeland-West-Brabant vernietigt de aanslag en de boete. De inspecteur gaat in hoger beroep.

Hof 's-Hertogenbosch (V-N Vandaag 2019/827) oordeelt dat niet van belang is dat de auto na een aanrijding zwaar was beschadigd en niet meer kon rijden. Bij de controle is namelijk geconstateerd dat de auto stond geparkeerd en dat aldus gebruik werd gemaakt van de weg (vgl. HR 11 mei 2007, nr. 41.912, V-N 2007/23.23). De naheffing is dus terecht. De boete is ook passend en geboden. Het beroep van de inspecteur is gegrond.

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet-ontvankelijk omdat de aangevoerde klachten geen behandeling in cassatie rechtvaardigen (art. 80a Wet RO).

[Bron Uitspraak]

Wetsartikelen:

Wet op de motorrijtuigenbelasting 1994 37

Wet op de motorrijtuigenbelasting 1994 35

Wet op de motorrijtuigenbelasting 1994 5

Instantie: Hoge Raad

Editie: 22 oktober

Rubriek: Belastingheffing van motorrijtuigen

Informatiesoort: VN Vandaag

  449
Inhoudsopgave van deze editie
Gerelateerde artikelen