Rechtbank Zeeland-West-Brabant oordeelt dat X niet aannemelijk maakt dat het gelijkheidsbeginsel is geschonden. X krijgt wel een dwangsom, omdat de inspecteur te laat op haar bezwaar heeft beslist.

Aan X is in juni 2018 de definitieve aanslag over 2017 opgelegd met een te betalen bedrag van nihil. Daarbij is, onder andere, een belastbaar inkomen uit sparen en beleggen van € 2.324 vastgesteld. Naar aanleiding van het Kerstarrest verzoekt X op 28 januari 2022 om ambtshalve vermindering van haar box 3-inkomen. In geschil is of dit verzoek terecht op 12 mei 2022 is afgewezen. In beroep overlegt X een geanonimiseerde beschikking waaruit blijkt dat een andere belastingplichtige een dergelijke vermindering voor 2018 wel heeft gekregen.

Rechtbank Zeeland-West-Brabant oordeelt dat X niet aannemelijk maakt dat het gelijkheidsbeginsel is geschonden. Zo is niet duidelijk welke procedurele stappen door die andere belastingplichtige zijn gezet. Verder betreft het een beschikking over een ander jaar dan het jaar waar X over procedeert. X krijgt wel een dwangsom van € 992, omdat de inspecteur 32 dagen te laat op het bezwaar heeft beslist. Het beroep van X is in zoverre gegrond.

[Bron Uitspraak]

Wetsartikelen:

Algemene wet bestuursrecht 4:17

Instantie: Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Rubriek: Inkomstenbelasting, Fiscaal bestuurs(proces)recht

Editie: 25 januari

Informatiesoort: VN Vandaag

Dossiers: Box 3

538

Inhoudsopgave van deze editie

Gerelateerde artikelen