Rechtbank Zeeland-West-Brabant oordeelt dat een in 2018 ingediend verzoek om teruggaaf van in 2012 in rekening gebrachte btw ter zake van zonnepanelen door een ondernemer die in 2012 btw-aangifte deed, niet kan leiden tot een btw-teruggaaf.

Belanghebbende is in gemeenschap van goederen gehuwd. Belanghebbende is sinds 2005 ondernemer voor de omzetbelasting. In 2012 heeft belanghebbende op zijn privéwoning zonnepanelen laten plaatsen. De in het derde kwartaal van 2012 in rekening gebrachte omzetbelasting brengt belanghebbende in 2012 niet in zijn aangifte omzetbelasting als voorbelasting in aftrek. Ten tijde van de aanschaf van de zonnepanelen staat de overeenkomst met de energieleverancier op naam van belanghebbende. Belanghebbende heeft op 16 juli 2018 een verzoek voor teruggaaf gedaan van de omzetbelasting ter zake van de zonnepanelen van € 970.

Rechtbank Zeeland-West-Brabant oordeelt dat belanghebbende niet achteraf op grond van art. 31 lid 1 Wet OB 1968 om btw-teruggaaf kan verzoeken, omdat belanghebbende voor het derde kwartaal 2012 al aangifte omzetbelasting heeft gedaan. Volgens art. 31 lid 1 Wet OB 1968 moet een verzoek om teruggaaf worden gedaan bij de aangifte voor het tijdvak waarin het recht op teruggaaf is ontstaan. Met de kennis van het arrest Fuchs had belanghebbende in 2012 de aftrek mogen claimen. Dat belanghebbende destijds de voorbelasting niet in aftrek bracht, brengt niet mee dat aan de eis van art. 31 lid 1 Wet OB 1986 voorbij mag worden gegaan.

Het beroep op het gelijkheidsbeginsel slaagt niet, omdat de situatie van belanghebbende niet gelijk is aan de situatie van een particulier die niet eerder een aangifte omzetbelasting deed.

Voor zover het verzoek om teruggaaf wordt aangemerkt als bezwaar tegen de voldoening op aangifte over het derde kwartaal 2012, is het bezwaar niet-ontvankelijk. Dit bezwaar had binnen zes weken na afloop van het derde kwartaal 2012 moeten zijn ontvangen door de inspecteur.

Tot slot oordeelt de rechtbank dat zij niet bevoegd is een inhoudelijk oordeel te geven over de ambtshalve beslissing.

[Bron Uitspraak]

Wetsartikelen:

Algemene wet inzake rijksbelastingen 65

Algemene wet bestuursrecht 6:7

Wet op de omzetbelasting 1968 31

Instantie: Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Rubriek: Omzetbelasting

Editie: 12 december

Informatiesoort: VN Vandaag

  413
Inhoudsopgave van deze editie
Gerelateerde artikelen