In de voorgestelde Nederlandse vliegbelasting is de exploitant van de luchthaven de belastingplichtige. De luchthavens beschikken niet over de verdeling van passagiers over de verschillende klasse-indelingen van de luchtvaartmaatschappijen. Het is dan ook niet mogelijk om een onderscheid te maken dat op de klasse-indeling is gebaseerd. Dat schrijft staatssecretaris Vijlbrief van Financiën aan de Tweede Kamer.

Vijlbrief beantwoordt de openstaande vragen gesteld bij de plenaire behandeling van het wetsvoorstel Wet vliegbelasting. Hij verstrekt een overzicht van de manier waarop andere landen een vliegbelasting hebben vormgegeven. In de Nederlandse aanpak is het ook niet mogelijk om het tarief van de vliegbelasting te baseren op het aantal vluchten van de passagier. Het kabinet hecht aan eenvoudige en uitvoerbare belastingwetgeving. Het maakt voor de vliegbelasting geen verschil of al dan niet sprake is van een privévliegtuig. Luchthavens zijn alleen vliegbelasting verschuldigd voor passagiers die daadwerkelijk vertrekken. Het is overigens mogelijk dat niet op elk ticket precies € 7 vliegbelasting drukt. In de prijs van een goedkoper ticket kunnen minder kosten zijn doorberekend, waaronder ook de vliegbelasting, dan in de prijs van een duurder ticket voor dezelfde vlucht. Verder is het een privaatrechtelijke aangelegenheid welk bedrag bij annulering wordt teruggegeven. Ook gaat de staatssecretaris in op de btw op internationale treintickets.

[Nieuwsbron] [Nieuwsbron] [Nieuwsbron]

Informatiesoort: VN Vandaag

Rubriek: Milieuheffingen

Regelgevende instantie: Ministerie van Financiën

Editie: 29 mei

2

Inhoudsopgave van deze editie

Gerelateerde artikelen