Naar aanleiding van de uitspraak van het Hof van Justitie EU over het Luxemburgse UBO-register, vinden tijdelijk geen informatieverstrekkingen uit het Nederlandse UBO-register plaats. Dat schrijft minister Kaag van Financiën aan de Tweede Kamer.

Het Hof van Justitie EU oordeelt in de gevoegde zaken C-37/20 en C-601/20 dat de bepaling in de Europese anti-witwasrichtlijn, die regelt dat lidstaten moeten zorgen dat een ieder van het algemeen publiek toegang moet krijgen tot UBO-informatie, onvoldoende onderbouwd is en daarmee ongeldig is. Volgens Kaag kan deze Europese zaak op het eerste gezicht verstrekkende gevolgen hebben op Europees niveau, en daarmee ook voor de Nederlandse situatie. De uitspraak richt zich primair tot de Europese wetgever en de Europese Commissie. De Commissie heeft aangegeven de uitspraak nog te bestuderen. Kaag vindt de Nederlandse situatie niet een op een hetzelfde als de Luxemburgse situatie. Zij heeft de Kamer van Koophandel gevraagd tijdelijk geen informatieverstrekkingen uit het register meer te verzorgen. De Kamer van Koophandel geeft hier uitvoering aan tot nadere besluitvorming. De uitspraak is overigens niet van invloed op de plicht voor juridische entiteiten om UBO’s te registreren.

[Nieuwsbron]

Rubriek: Fiscaal ondernemingsrecht, Europees belastingrecht, Internationaal belastingrecht

Regelgevende instantie: Ministerie van Financiën

Editie: 24 november

Informatiesoort: VN Vandaag

Carrousel: Carrousel

Focus: Focus

  881
Inhoudsopgave van deze editie
Gerelateerde artikelen