Hof 's-Hertogenbosch oordeelt dat de inspecteur aannemelijk maakt dat X bv een deel van de omzet heeft afgeroomd en niet heeft aangegeven. Daarbij is onder andere de tijdens het boekenonderzoek aangetroffen notitie van de bedrijfsleider van belang.

X bv exploiteert een restaurant. Naar aanleiding van tips van ex-werknemers stelt de Belastingdienst een boekenonderzoek in bij X bv. Hierbij wordt een notitie van de bedrijfsleider aangetroffen, waarin wordt beschreven hoe digitaal verwerkte omzet in de administratie digitaal kan worden gewist. Tevens verklaren ex-werknemers dat een deel van hun loon zwart werd uitbetaald. Naar aanleiding van het onderzoek legt de inspecteur een BTW-naheffingsaanslag 2009 op aan X bv.

Hof 's-Hertogenbosch oordeelt dat de inspecteur aannemelijk maakt dat uit de vergelijking tussen het kassasysteem en de administratie van X bv is af te leiden dat zij een deel van de omzet heeft afgeroomd en niet in de BTW-aangiften heeft aangegeven. Van belang daarbij is dat de werkwijze waarmee het mogelijk was om de kassabonbestanden te wissen ook was beschreven in de notitie van de bedrijfsleider. Verder verwerpt het hof de stelling van X bv dat de BTW-naheffingsaanslag moet worden vernietigd omdat art. 55 AWR is geschonden. X bv wijst er daarbij op dat de inspecteur in het kader van het strafrechtelijk onderzoek verkregen informatie heeft gebruikt bij het opleggen van de naheffingsaanslag, voordat de Officier van Justitie toestemming heeft verleend voor een dergelijk gebruik. Volgens het hof is de geschetste handelwijze weliswaar niet helemaal in lijn met de letter van art. 55 AWR, maar bestaat er geen aanleiding om hieraan consequenties te verbinden.

[Bron Uitspraak]

Wetsartikelen:

Wet op de omzetbelasting 1968 4

Instantie: Hof 's-Hertogenbosch

Rubriek: Omzetbelasting

Editie: 8 april

Informatiesoort: VN Vandaag

  393
Inhoudsopgave van deze editie
Gerelateerde artikelen