Er worden in verhouding vaak juridische procedures gevoerd over WOZ-beschikkingen en over aangiftes en naheffingsaanslagen over de BPM bij geïmporteerde voertuigen. Het beeld is ontstaan dat ‘no cure no pay’ (ncnp)-bedrijven onevenredig veel verdienen aan deze bezwaar- en beroepsprocedures. Het Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum (WODC) heeft onderzoek gedaan naar dit fenomeen. Minister Dekker voor Rechtsbescherming biedt het onderzoek aan de Tweede Kamer aan.

De onderzoekers concluderen ten aanzien van de WOZ-beschikkingen dat “er niet gesproken kan worden van ‘een’ handelswijze van ncnp-bedrijven (noch van gemeenten), maar dat er sterke verschillen bestaan tussen de bedrijven. Voor de BPM-zaken concluderen de onderzoekers: “Ncnp-bedrijven gaan vaak in bezwaar, beroep en hoger beroep en worden relatief vaak door de rechter (deels) in gelijk worden gesteld. De Belastingdienst heeft bovendien weinig vat op de instroom aan bezwaren”. Het onderzoek is aanleiding om in ieder geval ten aanzien van de BPM aanvullende maatregelen te verkennen op het terrein van wetgeving en in de uitvoering. Het kabinet zal die verkenning de komende periode ter hand nemen op basis waarvan een volgend kabinet gerichte keuzes kan maken. Het gaat om maatregelen op het gebied van de procesvoering door de Belastingdienst, heldere en eenvoudige kaders voor het omgaan met schade, de Informatiepositie van de belanghebbende en proceskostenvergoedingen in de BPM.

[Nieuwsbron] [Nieuwsbron] [Nieuwsbron]

Rubriek: Waardering onroerende zaken, Fiscaal bestuurs(proces)recht, Belastingheffing van motorrijtuigen

Regelgevende instantie: Ministerie van Justitie en Veiligheid

Editie: 16 februari

Informatiesoort: VN Vandaag

  453
Inhoudsopgave van deze editie
Gerelateerde artikelen