Als een borgsteller uit vrijgevigheid genoegen neemt met een lagere dan zakelijke vergoeding voor de borgstelling is sprake van een schenking aan degene die voordeel heeft bij die borgstelling. Dit volgt uit een standpunt van de Kennisgroep successiewet.

De vader van B staat persoonlijk borg voor een lening van de BV van het kind. De BV hoeft voor deze borgstelling geen vergoeding aan de vader van B te betalen. De aandeelhouder van de lenende BV heeft een voordeel bij de borgstelling. Het gevolg van een borgstelling tegen een lagere dan zakelijke vergoeding in combinatie met een lening onder aantrekkelijkere voorwaarden is namelijk dat de aandelen in waarde stijgen. Daarnaast drukt de verplichting die uit de borgstelling voortvloeit direct op het vermogen van de borgsteller. De aandeelhouder verrijkt en de borgsteller verarmt. Er is sprake van een gift voor de schenkbelasting op het moment van het verstrekken van de borgstelling.

Wetingang:

Successiewet 1956 artikel 1

Burgerlijk Wetboek Boek 7 artikel 186

Burgerlijk Wetboek Boek 7 artikel 850

[Nieuwsbron] [Nieuwsbron]

Rubriek: Schenk- en erfbelasting

Regelgevende instantie: Belastingdienst

Editie: 19 maart

Informatiesoort: VN Vandaag

12

Inhoudsopgave van deze editie

Gerelateerde artikelen