Rechtbank Gelderland oordeelt dat de heer X de auto gedurende zes werkdagen na de BPM-aangifte in ongewijzigde staat had moeten laten. Door dit niet te doen, moet hij het bewijsrisico dragen dat hiervan het gevolg is.

De heer X koopt op 3 juli 2017 een Dacia Duster voor € 8600. X doet op 5 juli 2017 BPM-aangifte met een taxatierapport. De inkoopwaarde is getaxeerd op € 1000, rekening houdend met € 10.460 schade (€ 10.960 -/- € 500 normale gebruiksschade). X voldoet aldus € 320. Op 10 juli 2017 toont X de auto voor controle in Soesterberg. In geschil is de naheffingsaanslag van € 1897 op basis van een inkoopwaarde van € 7226.

Rechtbank Gelderland oordeelt dat X de auto gedurende zes werkdagen na de aangifte in ongewijzigde staat had moeten laten. Door dit niet te doen, moet hij het bewijsrisico dragen dat hiervan het gevolg is. X stelt dus vergeefs dat vóór de controle al diverse reparaties hadden plaatsgevonden. Bij de hertaxatie is voorts terecht slechts 72% van de schade als waardevermindering in aanmerking genomen (zie HR 12 februari 2019, 18/02955, V-N 2019/34.22). Het beroep van X is ongegrond.

[Bron Uitspraak]

Wetsartikelen:

Wet op de belasting van personenauto's en motorrijwielen 1992 10

Informatiesoort: VN Vandaag

Rubriek: Belastingheffing van motorrijtuigen

Instantie: Rechtbank Gelderland

Editie: 18 december

4

Inhoudsopgave van deze editie

Gerelateerde artikelen