Hof 's-Hertogenbosch oordeelt in hoger beroep dat de inspecteur een handelsinkoopwaarde vóór schade van € 73.500 aannemelijk maakt. Conform het standpunt van de inspecteur maakt vof X vervolgens slechts een schade van € 31.357 aannemelijk.

Vof X doet BPM-aangifte voor een uit Duitsland afkomstige personenauto. Volgens het taxatierapport is de handelsinkoopwaarde vóór schade € 64.444. Hierop is vervolgens € 1000 afgetrokken voor extra garanties en afleverbeurten, € 47.489 voor schade en € 6955 voor het schadeverleden. De feitelijke handelsinkoopwaarde zou daarom € 9000 zijn, met € 2452 als verschuldigde BPM. In geschil is de naheffingsaanslag van € 3682 op basis van een handelsinkoopwaarde van € 22.510. Rechtbank Zeeland-West-Brabant stelt de inspecteur in het gelijk. Vof X krijgt wel een proceskostenvergoeding van € 500 wegens het door de inspecteur niet-tijdig indienen van een inhoudelijk verweerschrift.

Hof 's-Hertogenbosch oordeelt dat de inspecteur een handelsinkoopwaarde vóór schade van € 73.500 aannemelijk maakt. De inspecteur beroept zich namelijk terecht op vraagprijzen van negen referentie-auto’s met een correctie (naar boven) van € 5000 voor de lage kilometrage. Conform het standpunt van de inspecteur maakt vof X vervolgens slechts een schade van € 31.357 aannemelijk. Er resteert hierdoor een handelsinkoopwaarde van ongeveer € 42.000, zodat de aanslag zeker niet te hoog is. Het beroep van vof X is ongegrond.

[Bron Uitspraak]

Wetsartikelen:

Wet op de belasting van personenauto's en motorrijwielen 1992 10

Informatiesoort: VN Vandaag

Rubriek: Belastingheffing van motorrijtuigen

Instantie: Hof 's-Hertogenbosch

Editie: 16 maart

1

Inhoudsopgave van deze editie

Gerelateerde artikelen