Staatssecretaris Van Rij van Financiën gaat in een uitgebreide kamerbrief in op de vergelijking tussen de vermogenswinst- en vermogensaanwasbelasting en de aangenomen moties en gedane toezeggingen over het toekomstige box 3-stelsel. Ook geeft hij de aangepaste planning in verband met de uitgestelde invoeringsdatum naar 1 januari 2026.

In de vergelijking tussen de vermogenswinst- en vermogensaanwasbelasting komen onder andere de gevolgen van beide stelsels voor de uitvoering aan bod, alsmede de gevolgen voor de schatkist en voor de belastingplichtige.

Verder gaat de staatssecretaris in op de opties om binnen een vermogensaanwasbelasting het werkelijke rendement op onroerende zaken te belasten. Ook bespreekt hij de mogelijkheden om binnen een vermogensaanwasbelasting en binnen de overbruggingswet rekening te houden met inflatie.

De toezeggingen die de staatssecretaris bespreekt, gaan over de (on)mogelijkheden om belasting te ontwijken, zoals box-arbitrage en buitenlandsituaties, de behandeling van kwijtscheldingswinst in lijn met het armoede- en schuldenbeleid, de doorwerking van het nieuwe stelsel naar de toeslagen, de afbakening van vrijstellingen, en de berekening van het forfaitaire rendement voor de overbruggingswet.

De staatssecretaris streeft ernaar om in januari 2023 de concept-wetgeving gereed te hebben. Hij wijst erop dat de planning ambitieus blijft voor een dergelijke grote stelselwijziging met complexe wetgeving en ingrijpende gevolgen voor belastingplichtigen en Belastingdienst.

[Nieuwsbron] [Nieuwsbron] [Nieuwsbron] [Nieuwsbron] [Nieuwsbron]

Rubriek: Inkomstenbelasting

Informatiesoort: VN Vandaag

Regelgevende instantie: Ministerie van Financiën

Editie: 3 oktober

Dossiers: Box 3

Carrousel: Carrousel

  1578
Inhoudsopgave van deze editie
Gerelateerde artikelen