Rechtbank Noord-Nederland oordeelt dat X recht heeft op huurtoeslag over de jaren 2016 t/m 2018. De verhuurder heeft met terugwerkende kracht tot 1 juli 2015 de huurprijzen aangepast aan de oorspronkelijk bedoelde huurprijzen, gelegen onder de rekenhuur van de huurtoeslag.

X gaat medio juni 2015 een huurovereenkomst aan met de verhuurder voor onbepaalde tijd voor de woning op het a-adres. Per 1 juli 2015 verhoogt de verhuurder de huur van de woning met 1%. X ontvangt per 1 juli 2015 huurtoeslag, vanaf 2016 bij voorschotbeschikking. Op 1 juli 2018 stelt de verhuurder met terugwerkende kracht de huurprijzen vast op een subsidiabele huurprijs van (afgerond) € 710. In 2018 herziet de inspecteur de voorschot huurtoeslag en berekent de huurtoeslag op nihil. Hij stelt dat het recht op huurtoeslag op 1 juli 2015 is ingegaan en per die datum de rekenhuur te hoog is om voor huurtoeslag in aanmerking te komen. Dat de situatie vóór 1 juli 2015 anders is doet daar volgens hem aan niet af, omdat het recht op huurtoeslag pas op 1 juli is ingegaan.

Rechtbank Noord-Nederland oordeelt dat X recht heeft op huurtoeslag over de jaren 2016 t/m 2018. Vaststaat dat de huurprijs die geldt ten tijde van het sluiten van het huurcontract, voor 1 juli 2015, lager is dan € 710,68 per maand, zodat X op basis van die rekenhuur in aanmerking zou komen voor huurtoeslag. De rechtbank acht verder aannemelijk dat het de bedoeling van partijen is geweest dat sprake zou zijn van een bedrag aan huur dat ligt onder de toeslaggrens. Met ingang van 1 juli 2015 vindt een zodanige huurverhoging plaats, dat de rekenhuur boven de toeslaggrens uitkomt. Dit leidt echter niet tot verbreking of wijziging van het huurcontract. Niettemin verleent de Belastingdienst/Toeslagen aan X over de jaren 2016, 2017 en 2018 een voorschot huurtoeslag. Eerst bij de definitieve berekening voor het jaar 2016 is de huurtoeslag berekend op nihil. De verhuurder past met terugwerkende kracht tot 1 juli 2015 de huurprijzen aan, aan de oorspronkelijk bedoelde huurprijzen. De rechtbank oordeelt op grond van voornoemde feiten en omstandigheden in onderlinge samenhang bezien, dat X in de drie in geding zijnde jaren met succes aanspraak kan maken op huurtoeslag. De rechtbank verklaart het beroep van X gegrond.

[Bron Uitspraak]

Wetsartikelen:

Wet op de huurtoeslag 13

Wet op de huurtoeslag 5

Wet op de huurtoeslag 1a

Instantie: Rechtbank Noord-Holland

Rubriek: Toeslagen en zorgverzekeringswet, Huurrecht

Editie: 16 juli

Informatiesoort: VN Vandaag

  1258
Inhoudsopgave van deze editie
Gerelateerde artikelen