De toegang tot de Nederlandse UBO-registers wordt beperkt tot een viertal specifiek afgebakende groepen. Daartoe heeft minister Van Weyenberg van Financiën het wetsvoorstel Wijzigingswet beperking toegang UBO-registers naar de Tweede Kamer gestuurd.

De beperking houdt in dat enkel nog toegang hebben tot de UBO-registers:

  1. partijen waarvan op basis van de anti-witwasrichtlijn verplichte toegang moet worden geregeld, te weten: de bevoegde autoriteiten en FIUs, de meldingsplichtige entiteiten in het kader van het cliëntenonderzoek dat zij op grond van de anti-witwasrichtlijn moeten verrichten en elke natuurlijke persoon of rechtspersoon die een legitiem belang kan aantonen;
  2. partijen die toegang krijgen in het belang van de naleving van sancties en het toezicht en de handhaving daarop;
  3. bestuursorganen en rechtspersonen met een overheidstaak waarvoor het in verband met een wettelijke of Europeesrechtelijke verplichting of bevoegdheid noodzakelijk is om UBO’s te achterhalen; en
  4. partijen die staan ingeschreven in de UBO-registers, voor zover het hun eigen gegevens betreft.

Met het wetsvoorstel wordt zowel de Handelsregisterwet 2007 als de Implementatiewet registratie uiteindelijk belanghebbenden van de trusts en soortgelijke juridische constructies aangepast. Aanpassing en snelle invoering daarvan zijn noodzakelijk omdat het Hof van Justitie EU uitspraak heeft gedaan in een prejudiciële zaak over het Luxemburgse UBO-register (V-N 2022/53.20). Hierin wordt een specifiek onderdeel van de gewijzigde Europese anti-witwasrichtlijn over de openbare toegankelijkheid van het UBO-register ongeldig verklaard. De ongeldigverklaring heeft ook gevolgen voor de Nederlandse UBO-registers.

De internetconsultatie van het voorstel is opgenomen in V-N 2023/29.23.

[Nieuwsbron] [Nieuwsbron] [Nieuwsbron] [Nieuwsbron] [Nieuwsbron]

Rubriek: Fiscaal ondernemingsrecht

Regelgevende instantie: Staten-Generaal

Editie: 2 juli

Informatiesoort: VN Vandaag

675

Inhoudsopgave van deze editie

Gerelateerde artikelen