In een nieuwsartikel op het forum voor fiscaal dienstverleners zet de Belastingdienst de voorwaarden op een rij voor toepassing van de coronareserve 2019 en verduidelijkt de Belastingdienst aan de hand van voorbeelden de toepassing van de coronareserve.

Bedrijven die belastingplichtig zijn voor de vennootschapsbelasting mogen het verwachte coronagerelateerde verlies van dit jaar, als fiscale coronareserve ten laste van de winst van het jaar 2019 brengen. Staatssecretaris Vijlbrief van Financiën kondigde dit op 24 april 2020 aan in een Kamerbrief. De voorwaarden voor het vormen van een fiscale coronareserve zijn opgenomen in het Besluit noodmaatregelen coronacrisis. Lees ook het Dossier Coronavirus over de coronareserve.

Voorwaarden

Voor het vormen van een coronareserve in 2019 gelden − in het kort − 5 voorwaarden:

  1. Er is sprake van een verwacht coronagerelateerd verlies in het boekjaar 2020.
  2. Het verwachte coronagerelateerde verlies kan niet groter zijn dan het totale verlies dat de belastingplichtige verwacht over het boekjaar 2020.
  3. De dotatie aan de coronareserve in het boekjaar 2019 bedraagt maximaal de winst over het boekjaar 2019 die zou gelden zonder de vorming van deze reserve.
  4. De coronareserve wordt uiterlijk in het boekjaar 2020 volledig in de winst opgenomen.
  5. De dotatie aan de coronareserve wordt in de aangifte vennootschapsbelasting 2019 opgenomen in de rubriek overige fiscale reserves.

Gevolgen vorming van coronareserve

Het vormen van een fiscale reserve is een keuze van de belastingplichtige en diens adviseur. Het vormen van de coronareserve kan gevolgen hebben voor de toepassing van andere regelingen in de vennootschapsbelasting.

Nieuwe aangifte

De reserve wordt voor het eerst gevormd in de aangifte vennootschapsbelasting over het jaar 2019. Is deze aangifte al gedaan en wil men toch gebruikmaken van de mogelijkheid de coronareserve te vormen, dan moet er een nieuwe aangifte worden ingediend. Het is mogelijk om, vooruitlopend op de in te dienen aangifte, al rekening te houden met de reserve door een verzoek in te dienen om de voorlopige aanslag vennootschapsbelasting 2019 te verminderen. Dit moet via de normale procedure: met de VA-opgaaf.

Toepassing coronareserve en andere regelingen

De vorming van de coronareserve kan gevolgen hebben voor andere regelingen. Het is van belang daarmee rekening te houden bij de dotatie aan deze reserve. Op twee van die regelingen gaat de Belastingdienst dieper in:

1. Verliesverdamping
De coronareserve vermindert de winst over 2019. Daarmee vermindert ook de mogelijkheid om nog onverrekende verliezen uit oudere jaren in aanmerking te nemen in 2019. Verliezen uit oudere jaren zijn maar een beperkt aantal jaren vooruit te wentelen. Het is daardoor mogelijk dat toevoeging aan de coronareserve leidt tot het niet langer kunnen verrekenen van een dergelijk oud verlies. Er is dan sprake van verliesverdamping. De Belastingdienst adviseert om het aan de coronareserve toe te voegen bedrag zodanig te kiezen dat verliesverdamping wordt voorkomen.

2. Stichtingen en verenigingen: vrijstelling
Voor stichtingen en verenigingen is de coronareserve alleen van belang als zij belastingplichtig zijn voor de vennootschapsbelasting. Voor stichtingen en verenigingen geldt een wettelijke vrijstelling als de winst niet meer bedraagt dan € 15.000 of € 75.000 over het jaar en de 4 voorafgaande jaren (artikel 6, lid 1 van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969). Als het vormen van de reserve over 2019 ertoe leidt dat de winst lager is dan deze bedragen, geldt automatisch de vrijstelling. Dat leidt tot eindafrekening in het daaraan voorafgaande boekjaar.

Eindafrekening voorkomen

Er zijn twee mogelijkheden om eindafrekening te voorkomen:

1. Kies het aan de coronareserve toe te voegen bedrag zodanig dat de vrijstelling niet intreedt.

Voorbeeld 1 Stichting X

Winst voor toepassing coronareserve in 2019: € 17.000. Winst in de 4 voorafgaande jaren totaal € 80.000 (4 keer achtereen € 20.000). Verwacht coronagerelateerd verlies 2020: € 10.000

Uitwerking

Bij volledige toevoeging aan de coronareserve is de winst € 17.000 - € 10.000 = € 7.000.

Gevolg: stichting X is vrijgesteld in 2019; alsnog eindafrekening in 2018.

Bij gedeeltelijke toevoeging van € 1.999 aan de coronareserve is de winst € 15.001.

Gevolg: stichting X blijft belastingplichtig in 2019; geen eindafrekening in 2018.

2. Tegelijk met de toevoeging aan de coronareserve kan de stichting of vereniging de inspecteur verzoeken de vrijstelling niet toe te passen (artikel 6, lid 3 van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969). De stichting of vereniging blijft dan voor een periode van 5 jaren belastingplichtig, ook bij lage winsten of bij verliezen. Dit verzoek kan worden gedaan totdat de inspecteur de aanslag over 2019 vaststelt.

Let op!
Als over 2019 geen verzoek is gedaan om de vrijstelling achterwege te laten, is een dergelijk verzoek over 2020 – ondanks de vrijval van de coronareserve – nodig om eindafrekening over 2019 te voorkomen.

Voorbeeld 2 (gegevens zoals in voorbeeld 1, waarbij € 1.999 aan de coronareserve is toegevoegd)

Gerealiseerd verlies in 2020: € 10.000.

Uitwerking

Door de vrijval van de coronareserve bedraagt het verlies in 2020 uiteindelijk € 8.001. Stichting X is vrijgesteld omdat de winst minder bedraagt dan € 15.000; alsnog eindafrekening in 2019. Stichting X kan de eindafrekening voorkomen door de inspecteur te verzoeken de vrijstelling voor een periode van 5 jaren achterwege te laten. Dit verzoek kan worden gedaan totdat de inspecteur de aanslag over 2020 vaststelt.

Bron: Avanzer Nieuws

Informatiesoort: Nieuws

Dossiers: Corona

Rubriek: Inkomstenbelasting, Vennootschapsbelasting

Carrousel: Carrousel

  797
Gerelateerde artikelen