Computerised procedure for the movement of excise goods under suspension of excise duty. European Commission
30 januari 2014
Commission Implementing Regulation (EU) No 76/2014 of 28 January 2014 amending Regulation (EC) No 684/2009 as regards the data to be submitted under the computerised procedure for the movement of excise goods under suspension of excise duty.
This Regulation shall apply from 13 February 2014.
Hof Arnhem-Leeuwarden oordeelt dat uit het Kennisgroepstandpunt niet volgt dat de Belastingdienst in alle gevallen teruggaaf verleent als het verzoek wordt gedaan nadat de termijn van dertien weken is verstreken.
Advocaat-generaal Biondi concludeert dat het Gerecht bij de vaststelling van het doel van de risicobelasting het toepasselijke Zweedse recht onjuist heeft uitgelegd. Het Gerecht heeft dan ook het doel van de risicobelasting onjuist gedefinieerd. De A-G stelt vernietiging van het arrest voor.
Rechtbank Gelderland oordeelt dat X als vader van erflater geen recht heeft op de partnervrijstelling en dat het met smartengeld gefinancierde aandeel in de woning tot de grondslag van de erfbelasting behoort.
Advocaat-generaal Biondi concludeert dat het Gerecht het besluit met betrekking tot de goedgekeurde staatssteun voor Condor terecht heeft vernietigd. De A-G overweegt daarbij dat het Gerecht niet de bevoegdheid heeft om op eigen initiatief een beoordeling uit te voeren die de EC niet heeft uitgevoerd.
Op 24 juni jl. heeft de Europese Commissie een fiscaal plan gelanceerd om de administratieve lasten en compliancekosten van het bedrijfsleven fors te verlagen en de Europese concurrentiekracht te versterken, 'Direct Tax Omnibus' genaamd. Het Nederlands bedrijfsleven omarmt het vereenvoudigingsplan maar belastingadviseurs en wetenschappers zijn kritisch.
Het Hof van Justitie oordeelt dat het in strijd is met het EU-recht dat QJ, als aansprakelijk gestelde bestuurder voor de door de vennootschap VN onbetaald gelaten BTW-schuld, niet in eigen naam tegen de aan VN opgelegde BTW-aanslagen kan ageren.
Het Gerecht oordeelt dat het begrip ‘als verwarmingsbrandstof’ in art. 2 lid 4 onderdeel b eerste streepje EG-richtlijn 2003/96 het gebruik van propaan bij het testen van een brander onder reële omstandigheden met het oog op het verkrijgen van meetgegevens omvat.
Het Gerecht oordeelt dat het in strijd met het EU-recht is dat Denemarken een belang van 100% eist voor de vorming van een f.e. voor de BTW tussen personen die BTW-activiteiten verrichten en personen die BTW-vrijgestelde activiteiten verrichten.