Met een fiscale coronareserve wil het kabinet bedrijven in de vennootschapsbelasting een liquiditeitsvoordeel geven in deze tijden van coronacrisis. Corina van Lindonk van Deloitte spreekt van een welkome tegemoetkoming. Dat de reserve niet tot in detail is uitgewerkt, daar heeft ze alle begrip voor. En dat het kabinet geen flankerende maatregelen treft voor de eventuele samenloop van de reserve met andere Vpb-regelingen vindt zij alleszins begrijpelijk. De coronareserve is immers een keuze en geen verplichting. 

Een reserve op hoofdlijnen

Vpb-plichtige ondernemers kunnen hun verwachte coronagerelateerd verlies over 2020 met een fiscale reserve ten laste brengen van de winst van het jaar 2019. Deze coronareserve biedt op korte termijn financiële lucht omdat de ondernemer veel sneller aan ’verliesverrekening’ toekomt dan met het reguliere verliesverrekeningssysteem van in dit geval carry back. Voor een carry back van het verlies van 2020 moet namelijk de definitieve aanslag over 2019 zijn vastgesteld en de aangifte vennootschapsbelasting over 2020 op z’n minst zijn ingediend – voor een verrekening ter grootte van 80% van het aangegeven verlies − of afgehandeld en dat laat beiden nog wel even op zich wachten.

De coronareserve is op hoofdlijnen uitgewerkt in het Besluit noodmaatregelen coronacrisis. Nu het een crisismaatregel betreft, snapt Van Lindonk, International Tax Director bij Deloitte, dat de reserve niet tot in detail is uitgewerkt. “De coronacrisis vraagt om snel ingrijpen en anticiperen. Dat is wat het kabinet nu ook heeft gedaan met het optuigen van de coronareserve. De voorwaarden die hieraan worden gesteld en die zijn terug te vinden in het besluit, zijn dan ook prima te volgen. Zeker als je dit langs de lat legt van het alternatief: carry back van het 2020-verlies. De voorwaarde dat de coronareserve niet meer mag bedragen dan maximaal het te verwachten verlies van 2020 en de winst van 2019 zonder de reserve, is dan niet onbegrijpelijk.”

Redelijke inschatting

Waar Van Lindonk op doelt, is de voorwaarde dat de ondernemer zelf een zo goed mogelijke inschatting moet maken van de verwachte omvang van het coronagerelateerde verlies. Er zijn al Kamervragen gesteld over welke bewijzen ondernemers moeten aanleveren om het verwachte verlies over 2020 te kunnen bepalen. En wat de gevolgen zijn als de fiscale coronareserve onvoorzien alsnog hoger is dan het door de coronacrisis te verwachten verlies in 2020. “Wat ik belangrijk vind,” zegt Van Lindonk, “is dat een te hoog vastgestelde coronareserve, ondanks een naar eer en geweten redelijke inschatting van het coronagerelateerd verlies, formeelrechtelijk niet leidt tot negatieve gevolgen. Ik hoop dat de staatssecretaris kan bevestigen dat de te hoge coronareserve gewoon kan worden gecorrigeerd met de vrijval in 2020 en dat er geen correctie met belastingrente plaatsvindt over 2019. Om de schatting zo goed mogelijk te maken is het niet onverstandig het coronagerelateerde verlies zo laat mogelijk vast te stellen. Des te beter de inschatting.”

Samenloop

De coronareserve kan gevolgen hebben voor andere Vpb-regelingen. Op het forum voor fiscaal dienstverleners noemt de Belastingdienst verliesverdamping en de vrijstelling voor stichtingen en verenigingen met een relatief lage winst als voorbeelden. Doordat de coronareserve de winst verlaagt over 2019 blijft er minder over voor nog onverrekende verliezen uit oudere jaren die maar beperkt vooruit te wentelen zijn. Toevoegen aan de coronareserve kan dus leiden tot verdamping van een oud verlies. Voor belastingplichtige stichtingen en verenigingen kan de coronareserve resulteren in de wettelijke vrijstelling en dus een eindafrekening als daardoor de winst over 2019 minder bedraagt dan € 15.000 of minder bedraagt dan € 75.000 over 2019 en de vier voorafgaande jaren.

“De coronareserve heeft ook consequenties voor de earningsstrippingmaatregel,” vult Van Lindonk aan. “Door deze maatregel is de gesaldeerde rente op bank- en concernleningen nog maar aftrekbaar tot maximaal 30% van de, kort gezegd, gecorrigeerde winst of tot € 1 miljoen. Een lagere winst in 2019 door het vormen van een coronareserve kan dus resulteren in minder renteaftrek.”

Zonder flankerend beleid

De eventuele samenloop van de coronareserve met andere regelingen in de vennootschapsbelasting is een constatering die staatssecretaris Vijlbrief van Financiën doet in het Besluit noodmaatregelen coronacrisis. Daar voegt hij aan toe dat voor die samenloop geen flankerende maatregelen zullen worden getroffen. Van Lindonk vindt dit begrijpelijk. “Het vormen van een coronareserve is een keuze. Als de reserve, afhankelijk van de situatie, te nadelig uitpakt voor andere regelingen, kan de ondernemer ook wachten en het verlies over 2020, al dan niet via een verzoek om voorlopige verliesverrekening, verrekenen langs de normale weg.”

Vraagpunten

De coronareserve kent nog tal van kwesties waar vragen over zijn. Waarom staat de reserve bijvoorbeeld alleen open voor ondernemers in de vennootschapsbelasting en niet voor IB-ondernemers? “En kan een eenmaal gevormde coronareserve na constatering van een groter coronagerelateerd verlies nog worden aangevuld?” aldus Van Lindonk. “Ik denk dat aanvulling mogelijk is, maar we weten het niet zeker. Waar de praktijk ook tegenaan gaat lopen is een samenloop met de fiscale eenheid. Door voeging in en ontvoeging uit de fiscale eenheid kan de belastingplichtige in het verliesjaar 2020 een andere zijn dan de belastingplichtige in het winstjaar 2019. Omdat de coronareserve eigenlijk een alternatieve vorm van verliesverrekening is, zou het logisch zijn als deze problematiek langs de lijnen loopt van de bestaande verliesverrekeningsregels bij voeging in en ontvoeging van de fiscale eenheid. Het zou fijn zijn als de staatssecretaris hier alvast iets over kan zeggen.”

Van besluit tot wetgeving

De coronareserve is nu nog vormgegeven in het besluit, maar wettelijke verankering volgt. Inmiddels is duidelijk dat deze tegemoetkoming onderdeel vormt van het op Prinsjesdag in te dienen Belastingplan 2021. De praktijk heeft de komende maanden de tijd om alvast ervaring op te doen met de coronareserve. Vragen en knelpunten die daarbij komen bovendrijven, krijgen hopelijk een luisterend oor tijdens het wetgevingsproces.

Bron: Redacteur Marit Muller

Carrousel: Carrousel

Dossiers: Corona

Rubriek: Vennootschapsbelasting

Informatiesoort: Interviews, Nieuws

Focus: Focus

  695
Gerelateerde artikelen