Hof Amsterdam stelt in hoger beroep vast dat de depothouders van uitgeefconcern Mediahuis op basis van een arbeidsovereenkomst en niet als zelfstandigen werkten. Het hof volgt hiermee de lijn van de recente Deliveroo-uitspraak van de Hoge Raad.

Mediahuis had achttien voormalige depothouders (zonder enige vergoeding) ontslagen toen NRC en Het Parool met de middagbezorging stopten. Eén depothoudster is ontslagen na een ongeval. Alle negentien voormalig depothouders claimden dat zij op basis van een arbeidsovereenkomst hadden gewerkt.

Het hof bekrachtigt de vonnissen van de kantonrechter in achttien zaken waarin dit (grotendeels) werd geoordeeld. Het hof vernietigt het vonnis van een andere kantonrechter in een vergelijkbare zaak, waarin werd geoordeeld dat geen sprake was van een arbeidsovereenkomst. Het hof brengt daarmee de uitspraken van de kantonrechters op één lijn. Mediahuis moet de ontslagen depothouders diverse ontslagvergoedingen betalen, oplopend tot ruim 75.000 euro bruto per zaak. Ook de proceskosten (in twee instanties) komen voor rekening van Mediahuis.

Het hof past in de negentien aparte uitspraken de eerder door de Hoge Raad vastgestelde criteria toe, vanuit het principe dat de feitelijke gang van zaken zwaarder weegt dan de vooraf op papier opgezette constructie. Het hof concludeert op basis van een groot aantal vastgestelde feiten tot ‘schijnzelfstandigheid’ van de depothouders, omdat zij in werkelijkheid volgens instructies van Mediahuis werkten. Daarmee staat vast dat zij op basis van een arbeidsovereenkomst werkten, wat hen meer rechten oplevert, onder meer bij ontslag.

De zaak heeft nummer ECLI:NL:GHAMS:2024:5.

Bron: Hof Amsterdam

Informatiesoort: Nieuws

Rubriek: Arbeidsrecht

563

Gerelateerde artikelen