In een recent arrest legt de Hoge Raad het risico van onjuiste informatie bij de Belastingdienst. De eis dat een belastingplichtige hierdoor 'extra' schade heeft geleden om een beroep te kunnen doen op het vertrouwensbeginsel, het dispositievereiste, is van tafel. Ivo Leenders en Danny Braakman van VOI advocaten spreken van een goede ontwikkeling. "Deze uitspraak draagt een steentje bij aan het herstel van het benodigde vertrouwen in de overheid. Nu maar hopen dat de Belastingdienst de handschoen opneemt."

Gehonoreerd beroep op vertrouwensbeginsel

Belastingplichtigen konden lange tijd in de regel geen vertrouwen ontlenen aan informatie vanuit de Belastingdienst op de website, in brochures en via de BelastingTelefoon. Dat was tot voor kort de gangbare regel. In een arrest van 5 november over het vertrouwensbeginsel is de Hoge Raad in elk geval omgegaan.

In de zaak voor de Hoge Raad koopt een belastingplichtige zijn in 1989 afgesloten lijfrenteverzekering in 2015 af. Door informatie op de website van de Belastingdienst gaat hij ervan uit dat hij geen revisierente is verschuldigd omdat het een lijfrenteverzekering betrof van vóór 16 oktober 1990. Wat op de website niet stond vermeld is dat revisierente bij een nadien aangepaste verzekering wél om de hoek komt kijken. Als de belastingplichtige dit had geweten dan had hij zijn lijfrente niet afgekocht. Hij beroept zich op het vertrouwensbeginsel en ziet dat beroep door de Hoge Raad gehonoreerd.

Streep door dispositievereiste

In 1979 stelde de Hoge Raad twee voorwaarden waaronder belastingplichtigen voor het vertrouwensbeginsel mogen afgaan op (algemene) inlichtingen van de Belastingdienst: de inlichting is voor de belastingplichtige niet-kenbaar onjuist (niet-kenbaarheidsvereiste) én de belastingplichtige leidt bovenop de wettelijk verschuldigde belasting schade doordat hij afgaande op de onjuiste inlichtingen een handeling heeft verricht of juist nagelaten (dispositievereiste). De Hoge Raad komt hier nu op terug en schaft het dispositievereiste af.”

Forse verruiming

Door afschaffing van het dispositievereiste is een geslaagd beroep op het vertrouwensbeginsel fors verruimd. “Het enkele feit dat je meer belasting moet betalen dan de belasting die je hebt betaald omdat je bent afgegaan op inlichtingen of een algemene toelichting van de Belastingdienst is voortaan voldoende voor een beroep op het vertrouwensbeginsel,” zegt fiscaal advocaat Braakman. “Wordt het vertrouwensbeginsel gehonoreerd dan betaalt de belastingplichtige dus minder belasting dan hij bij een juiste toepassing van de belastingwet verschuldigd is. Het meerdere komt voor rekening van de Belastingdienst. Uiteraard moet de belastingplichtige wel te goeder trouw zijn: als je weet dat de informatie onjuist is, kun je je niet beroepen op een gewekt vertrouwen.”

Het risico van onvolkomenheden in de inlichtingen van de Belastingdienst, wordt niet meer enkel bij belastingplichtigen gelegd,” vult fiscaal advocaat Leenders aan. “De beperking dat je ook nog extra schade moet lijden vindt de Hoge Raad niet meer kunnen. Belastingplichtigen mogen vertrouwen op wat er op de website van de Belastingdienst staat of wat er wordt gezegd aan de BelastingTelefoon. Als dat betekent dat je minder belasting hebt betaald dan je zou moeten, verhindert het vertrouwensbeginsel dat alleen de burger voor fouten van de Belastingdienst moet opdraaien.”

Niet meer van deze tijd

Volgens de Hoge Raad is de extra schade-eis, het dispositievereiste, niet meer te verenigen met de huidige rechtsopvattingen. Wat de Hoge Raad met deze opmerking bedoelt, maakt het arrest niet duidelijk. Leenders en Braakman zien wel een kentering in de rechtspraak. “Vanaf de doorbraakarresten in 1978 tot het huidige arrest: het vertrouwensbeginsel heeft een lange ontwikkeling doorgemaakt. Jarenlang ondervonden belastingplichtigen de nadelige gevolgen van onjuiste inlichtingen en voorlichting en liep de Belastingdienst nauwelijks risico. Het dispositievereiste voorkwam grotendeels voor de Belastingdienst nadelige gevolgen van een schending van het vertrouwensbeginsel. Maar daar waar Hof Leeuwarden in 2012 nog oordeelde dat de BelastingTelefoon een vorm van voorlichting is waardoor de Belastingdienst niet gebonden is aan de hierdoor gewekte verwachtingen, zag Hof Den Bosch dit in 2020 al heel anders: een antwoord zonder voorbehoud van de BelastingTelefoon is een toezegging waar een belastingplichtige op mag vertrouwen. En dan nu als klap op de vuurpijl de afschaffing van het dispositievereiste.”

“Waarschijnlijk doelt de Hoge Raad ook op maatschappelijke opvattingen,” vervolgt Leenders. “In deze tijd waarin het vertrouwen in de overheid, met name door de toeslagenaffaire, tot een dieptepunt is gedaald, kun je niet meer met droge ogen blijven verkondigen dat je geen vertrouwen kunt ontlenen aan algemene uitlatingen van de Belastingdienst. Dit staat ook haaks op de voor de overheid geldende behoorlijkheidsnormen, zoals beschreven in de behoorlijkheidswijzer van de Nationale Ombudsman. Hierin geeft de Ombudsman aan dat de overheid ervoor moet zorgen dat de burger de juiste informatie krijgt en dat deze informatie klopt en volledig en duidelijk is. Dat zou ook op zich het minste zijn dat je van een overheid mag verwachten.”

Vertrouwensherstel

Door het arrest van de Hoge Raad zullen rechters vaker dan nu een beroep op het vertrouwensbeginsel honoreren bij onjuiste inlichtingen vanuit de Belastingdienst. Dat is een goede ontwikkeling vinden Braakman en Leenders. “Laten we hopen dat de Belastingdienst nu niet opeens terughoudend is met het verstrekken van informatie, maar juist de tegenovergestelde weg bewandelt. Met dit arrest bewijst de Hoge Raad de Belastingdienst eigenlijk een dienst, namelijk de mogelijkheid om vertrouwen te herstellen. Hoe dat kan? Door aan te geven dat alle informatie op de website van de Belastingdienst, in brochures en via de BelastingTelefoon juist is. Mocht dat achteraf niet zo zijn en een burger dreigt daar de dupe van te worden, dat de Belastingdienst dan de hand in eigen boezem steekt en voor herstel zorgt. Als de burger niet steeds de dupe wordt van overheidsfalen, dan is al behoorlijk wat gewonnen. Misschien dat we het vertrouwensbeginsel voor algemene inlichtingen en voorlichting dan niet eens meer nodig hebben.”

 

Bron: Redacteur Marit Muller

Rubriek: Fiscaal bestuurs(proces)recht

Carrousel: Carrousel

Informatiesoort: Nieuws, Interviews

Focus: Focus

  1990
Gerelateerde artikelen