De Hoge Raad herziet zijn jurisprudentie over het vertrouwensbeginsel bij onjuiste inlichtingen van de zijde van de Belastingdienst.

X twijfelt of hij een lijfrenteverzekering voortijdig moet afkopen. Hij kijkt op de website van de Belastingdienst en begrijpt daaruit dat hij geen revisierente zou zijn verschuldigd bij afkoop. Dat blijkt achteraf niet te kloppen, waarna X zich beroept op het vertrouwensbeginsel. Een dergelijk beroep kan op basis van de jurisprudentie van de Hoge Raad alleen slagen, indien de revisierente kan worden aangemerkt als “daarenboven geleden schade” als bedoeld in HR 26 september 1979, ECLI:NL:HR:AM4918, BNB 1979/311. Rechtbank Den Haag, Hof Den Haag en A-G Niessen menen dat dit het geval is.

De Hoge Raad herziet zijn jurisprudentie over het vertrouwensbeginsel bij onjuiste inlichtingen van de zijde van de Belastingdienst. Tot nu toe bleef het risico van onjuiste inlichtingen in de regel voor rekening van de betrokken belastingplichtige. De onjuiste inlichtingen binden de Belastingdienst alleen als deze niet kenbaar in strijd met de wet zijn en de belastingplichtige, afgaande op de onjuiste inlichtingen, een handeling heeft verricht of nagelaten, als gevolg waarvan hij niet alleen de wettelijk verschuldigde belasting heeft te betalen, maar daarenboven schade lijdt. Dat laatste vereiste (dispositievereiste) is volgens de Hoge Raad niet langer te verenigen met de huidige rechtsopvattingen. De Hoge Raad formuleert een nieuw criterium. Een succesvol beroep op het vertrouwensbeginsel is ook mogelijk voor belastingplichtigen die op basis van onjuiste informatie een handeling hebben verricht (of nagelaten) ten gevolge waarvan een hoger bedrag van hen wordt geheven dan zij op basis van die informatie meenden als gevolg van die handeling te moeten betalen. Een doeltreffende rechtsbescherming tegen inbreuken op het vertrouwensbeginsel zal dan in de regel het oordeel rechtvaardigen dat het meerdere niet van de belastingplichtige mag worden geheven.

[Bron Uitspraak]

Wetsartikelen:

Wet inkomstenbelasting 2001 3.133

Algemene wet inzake rijksbelastingen 30i

Instantie: Hoge Raad

Rubriek: Inkomstenbelasting, Fiscaal bestuurs(proces)recht

Carrousel: Carrousel

Informatiesoort: VN Vandaag

Editie: 8 november

  2255
Inhoudsopgave van deze editie
Gerelateerde artikelen