Met een nieuw pakket aan maatregelen stelt de Europese Commissie een ingrijpende wijziging van de bestaande btw-regels voor. Een metamorfose van de huidige btw-richtlijn is echter weinig realistisch te noemen. Marco Gomes Vale Viga ziet het er in ieder geval voorlopig niet van komen. Daarvoor is het politieke speelveld teveel verdeeld.

Ingrijpende hervorming

Op 25 mei 2018 presenteerde de Europese Commissie haar officiële voorstel voor een toekomstig fraudebestendig EU-btw-stelsel. Het voorstel werd op 4 oktober 2017 al aangekondigd en is het sluitstuk van het in 2016 door de Commissie gelanceerde btw-actieplan. Om fraude tegen te gaan gaat het huidige btw-stelsel, dat sinds het openstellen van de grenzen in 1993 is gebaseerd is op het oorspronglandbeginsel, op de schop. Er komt een nieuw btw-systeem gebaseerd op het bestemmingslandbeginsel, waarbij grensoverschrijdende goederenleveringen hetzelfde worden behandeld als binnenlandse goederenleveringen. In het nieuwe btw-systeem brengt de leverancier btw in rekening naar het tarief van het bestemmingsland, oftewel de lidstaat van de afnemer. Nu is het nultarief nog van toepassing op de zogenoemde intracommunautaire levering en geeft de afnemer btw aan voor een intracommunautaire verwerving.

Van geen btw naar btw op intracommunautaire leveringen is met recht een fundamentele wijziging van de huidige btw-richtlijn te noemen. De Europese Commissie schrijft dat van de 408 artikelen in de btw-richtlijn er ongeveer 200 moeten worden aangepast.

Fraudebestendig?

Met het bestemmingsland als uitgangspunt voor het nieuwe btw-stelsel wordt fraude met btw een stuk lastiger. “Een minder fraudegevoelig btw-systeem is uiteraard een positieve ontwikkeling,” vindt Gomes Vale Viga die werkzaam is als specialist omzetbelasting bij de Belastingdienst. “Het is wel opvallend dat de Europese Commissie wederom de ‘certified taxable person’ (CTP: gecertificeerd belastingplichtige) voor het voetlicht brengt. Getuige eerdere ECOFIN verslagen is nog niet iedereen onverdeeld enthousiast over het initiële voorstel van de CTP in samenhang met een pakketje van ‘quick fixes’. Deze binnen de EU als betrouwbaar bestempelde ondernemers genieten de nodige privileges. Bij handel met een CTP blijft ook onder het bestemmingslandbeginsel de btw echter ‘gewoon’ verlegd naar de afnemer en daar zit een fraudegevoeligheid. Omdat de afnemende CTP − die als het aan de Europese Commissie ligt vanwege het label ‘betrouwbaar’ onder lichter toezicht staat − de btw op de goederenlevering moet voldoen, is er een reëel risico dat deze gecertificeerde belastingplichtige juist voor fraudepraktijken wordt gebruikt.”

Administratieve lasten(verlichting)

In het bestemmingslandsysteem wordt de btw voldaan in de lidstaat van verbruik. Om het ondernemers zo makkelijk mogelijk te maken stelt de Europese Commissie een onlineportaal voor de btw-registratie en btw-inning van de grensoverschrijdende goederenleveringen voor. De ondernemer met buitenlandse handel hoeft zich dus niet in iedere lidstaat te registeren. Enkel registratie in het thuisland is voldoende. Het onlineportaal borduurt verder op de al bestaande (Mini-)One Stop Shop-regeling voor digitale diensten. Ook ondernemers van buiten de EU kunnen gebruikmaken van dit ‘éénloketsysteem’ en hoeven zich voor de btw dus niet in alle lidstaten te vestigen. Zij moeten wel een tussenpersoon in de EU aanwijzen die voor hen vervolgens de btw regelt.

Dat de onlineportaal ook de administratieve lasten van de internationaal opererende ondernemer vermindert, daar is Gomes Vale Viga niet van overtuigd. “De intentie van een administratieve lastenverlichting is goed, maar het is maar de vraag of dit in de praktijk ook zo uitpakt. De Europese Commissie komt in het voorstel namelijk met allerlei nieuwe ‘kan-bepalingen’. Lidstaten kunnen dus allerlei zaken op eigen wijze interpreteren dan wel invullen. Bovendien moeten voor deze ingrijpende herziening bepaalde belastinginningssystemen worden aangepast, evenals bepaalde controlemechanismen die lidstaten nu naar eigen goeddunken hebben ingebouwd. Het is de vraag of alle lidstaten op korte termijn bereid zijn allemaal dezelfde kant op te kijken."

Sluitstuk zonder eind?

In een eerder artikel voor TaxLive vroeg Gomes Vale Viga zich af of de ingrijpende EU btw-hervorming niet eerder een schot hagel is dan een voltreffer. Hij herhaalt nu zijn boodschap dat er nog een lange weg is te gaan voor invoering van het bestemmingslandbeginsel. “De Europese Commissie is ambitieus en wil het nieuwe btw-systeem laten ingaan op 1 juli 2022. Op dit moment zijn er echter al tien btw-wijzigingsvoorstellen onderhanden in Brussel, waaronder de bijzondere regeling voor kleine ondernemingen en flexibilisering van btw-tarieven. Al deze voorstellen zijn minder ingrijpend dan de btw-herziening die de Europese Commissie nu voorstaat.”

“Voor een gesloten deal,” vervolgt Gomes Vale Viga, “is unanieme overeenstemming nodig van alle lidstaten. Hoe gaat de Europese Commissie dat voor elkaar krijgen als kleinere richtlijnwijzigingen zoals een laag btw-tarief op e-books – waarvoor in de Ecofinraad van 25 mei 2018 nog steeds niet alle lidstaten hun steun konden uitspreken − al inzet zijn van een politiek machtsspel? Hoe realistisch is het dan dat de lidstaten (op korte termijn) wel de handen op elkaar krijgen voor een fundamentele wijziging van het huidige btw-systeem? Dat dit sluitstuk ongeschonden en binnen de gestelde termijn de eindstreep haalt, zie ik niet gebeuren.”

Verre van toekomstbestendig

Gomes Vale Viga vindt het tot slot jammer dat de Europese Commissie de btw-richtlijn niet in één keer toekomstbestendig maakt. “De Commissie wil naar eigen zeggen een einde maken aan een 25 jaar lange ‘overgangsregeling’ voor de btw. Maar ook met het bestemmingslandbeginsel blijft men nog steeds draaien aan de knoppen van het in de jaren zestig ontworpen btw-systeem. Om de tand des tijds te doorstaan behoeft de btw-richtlijn meer aanpassing. Dat de Europese Commissie in het voorstel niet ook inspringt op de digitale economie, zoals de btw-problematiek rondom cryptovaluta of de deeleconomie, vind ik een gemiste kans.”

Bron: Redacteur Marit Muller

Informatiesoort: Nieuws, Interviews

Rubriek: Europees belastingrecht, Omzetbelasting

Focus: Focus

  3178
Gerelateerde artikelen