Het OM en de FIOD willen dat er gekeken wordt naar de procedures die er nu gelden voor verschoningsrecht. Strafrechtelijke onderzoeken naar corruptie en andere fraudezaken lopen nu vertraging op vanwege discussies over de reikwijdte van het beroepsgeheim van betrokken advocaten.

Het verschoningsrecht is een groot goed. “Laat daarover geen misverstand bestaan”, zeggen Esther Sachs, recherche-officier bij het Functioneel Parket en Bert Langerak, directeur opsporing van de FIOD in NRC handelsblad: “Advocaten hebben de plicht de geheimen van hun cliënten te bewaken, dat hoort bij een goed functionerende rechtsstaat.” Het OM en de FIOD respecteren dat recht: “Indien een verdachte nu roept, dit is verschoningsrecht, dan leggen we die stukken apart.”

Als het bedrijf meewerkt kan het verwijderen verschoningsgerechtigde stukken heel snel gaan. Maar zo gaat het niet altijd. Het gebeurt dat er na een doorzoeking door de verdediging wordt gesteld dat er sprake is van verschoningsrecht. Die stelling gaat dan gepaard met de opdracht alles uit het beslag te filteren waar de woorden ‘advocaat’, ‘notaris’, ‘privileged’ op staat, en een hele lijst met namen , legt Sachs uit: “Als we die filter toepassen, blijft er een ongekende hoeveelheid materiaal in de zeef hangen. Dat materiaal moet dan vervolgens op stuksbasis worden beoordeeld. Dat proces kan maanden, zo niet jaren duren. ”

Het vervelende is volgens Sachs dat het bij voorbaat dan eigenlijk al duidelijk is dat een groot deel van die stukken helemaal niet onder het verschoningsrecht kan vallen. Dat betekent dus veel onnodig werk en dus ook een onnodige vertraging.

Beroep op verschoningsrecht beter onderbouwen

Het OM wil dat een beroep op een verschoningsrecht beter onderbouwd moet worden. „Het is in ieders belang om snel duidelijkheid te verkrijgen. Dat begint met een onderbouwing door de verdachte dat van verschoningsrecht sprake is.” Dus helderheid over wie verschoningsgerechtigd is, wanneer en voor welke stukken. “Er is al veel jurisprudentie, die zouden we in regels kunnen vatten om er voor te zorgen dat wede voorkant beter kunnen selecteren welke stukken uiteindelijk de procedure richting de rechter-commissaris in moeten gaan.”

Komen die effectievere procedures er niet, dan kunnen FIOD en OM minder grote zaken oppakken, waarschuwt Sachs: „De procedures zijn nu onwerkbaar”. Langerak vult haar aan: „Op deze manier wordt de haalbaarheid van een strafrechtelijk onderzoek naar grote Nederlandse bedrijven veel kleiner.”

Het betekent niet dat het OM en FIOD in de lopende onderzoeken de handdoek in de ring gooien. Sachs: “Zeker niet. We gaan naar de rechter-commissaris om zijn oordeel te horen over wat we kunnen gebruiken en wat niet. En als het dossier compleet is, nemen we de vervolgbeslissing. We willen liever snel, omdat de inzet van opsporing ook gemeenschapsgeld kost. Maar als het lang moet duren, hebben we een lange adem. We kunnen dan alleen minder boeven aanpakken.”

 

Bron: Openbaar Ministerie

Rubriek: Fiscaal bestuurs(proces)recht

Informatiesoort: Nieuws

  336
Gerelateerde artikelen