Na hun echtscheiding delen man en vrouw het pensioen conform Boon/Van Loon. De uitvoerder houdt loonheffing in bij de man en keert het netto restant uit aan beide ex-echtgenoten. De man heeft geen recht op restitutie bijdrage Zorgverzekeringswet, oordeelt Hof Amsterdam.

De zaak (19 september 2019, ECLI:NL:GHAMS:2019:3474) verloopt als volgt. Man en vrouw trouwen in 1966 in gemeenschap van goederen. Het huwelijk eindigt in oktober 1994. Zij verdelen het pensioen conform het arrest van de Hoge Raad 'Boon/Van Loon' (NJ 1982/503). Uit dien hoofde krijgt de man het hele pensioen toegedeeld. De vrouw heeft recht op verrekening van de waarde van de pensioenrechten.

Met de pensioenuitvoerder spreken zij af dat de vrouw een deel van het pensioen rechtstreeks krijgt uitbetaald. De uitvoerder keert het pensioen uit vanaf december 2003 en houdt loonheffing in bij de man. De loonheffing omvat loonbelasting, premie volksverzekeringen en inkomensafhankelijke bijdrage Zorgverzekeringswet (IAB Zvw). Het netto bedrag keert de uitvoerder uit aan beide ex-echtgenoten.

De man verzoekt de Belastingdienst om restitutie van te veel ingehouden IAB Zvw. De inspecteur wijst dat verzoek af. Op grond van artikel 43 Zorgverzekeringswet (ZVW) is de man een IAB Zvw verschuldigd over het bijdrage-inkomen. Tot het bijdrage-inkomen behoort het loon in de zin van de Wet op de loonbelasting 1964 en dat loon bestaat in zijn geval uit de gehele pensioenuitkering.

De verplichting om een deel van zijn pensioen te laten uitkeren aan zijn ex-echtgenote leidt bij de man tot een aftrekpost voor de heffing van inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen (persoonsgebonden aftrek van artikel 6.3 eerste lid, aanhef en onderdeel d Wet IB 2001). De Zorgverzekeringswet voorziet echter niet in een aftrekmogelijkheid voor het deel dat toekomt aan de vrouw. Zowel rechtbank als hof zijn het met de inspecteur eens.

Belang voor de praktijk

Het ministerie van VWS repareert art. 43 Zorgverzekeringswet. Hierdoor vormt de vrijval van de fiscale oudedagsreserve geen bijdrage-inkomen voor zover de fiscale oudedagsreserve daarbij wordt omgezet in een lijfrente. Daarmee is dubbele heffing IAB Zvw voor dit soort omzettingen van de baan.

Maar dubbele heffing IAB Zvw doet zich veel vaker voor. Zo ook in de hier geschetste situatie. Eerst betaalt de man IAB Zvw over de gehele bruto pensioenuitkering. Vervolgens komt de vrouw een deel van het pensioen toe. Dat pensioen is bij haar belastbaar als periodieke uitkering in de zin van artikel 3.101 eerste lid onderdeel b, juncto artikel 3.102 Wet IB 2001 en behoort tot haar bijdrage-inkomen o.g.v. artikel 43 lid 2 onderdeel d Zvw. Hierdoor wordt over het doorbetaalde pensioen twee keer de IAB Zvw berekend, de eerste keer bij de man, de tweede keer bij de vrouw.

De heffing IAB Zvw is substantieel. In 2019 is 5,7% van het bijdrage-inkomen belast, gemaximeerd tot een bijdrageloon van € 55.927. Volgend jaar daalt het percentage naar 5,45% maar stijgt het maximale bijdrageloon naar € 57.232.

Per 1 mei 1995 is de Wet verevening pensioenrechten bij scheiding in werking getreden. Indien de echtscheiding binnen twee jaar aan de pensioenuitvoerder wordt medegedeeld, ontstaat een recht op uitbetaling. Beide ex-echtgenoten ontvangen dan een deel van het pensioen. De uitvoerder houdt op beide uitkeringen loonheffing in. Bij een 'standaardverevening' doet zich de dubbele heffing IAB Zvw dus niet voor.

Op 16 september is het voorstel Wet pensioenverdeling bij scheiding 2021 ingediend bij de Tweede Kamer. In de nieuwe opzet krijgt de ex-partner nog steeds de helft van het ouderdomspensioen dat tijdens het huwelijk is opgebouwd, maar anders dan nu wordt dit omgezet in een ouderdomspensioen dat afhankelijk is van het leven van de ex-partner zelf. Als de ex-partners geen afwijkende afspraken maken doet zich dubbele heffing IAB Zvw niet voor. Meer informatie staat in het bericht Pensioen en echtscheiding.

Voor zowel de huidige Wet verevening pensioenrechten bij scheiding als het voorstel Wet pensioenverdeling bij scheiding 2021 geldt dat de ex-partners afwijkende afspraken kunnen maken. Spreken zij af dat het door de ene ex-partner ontvangen pensioen daarna deels wordt 'doorbetaald' aan de andere ex-partner dan is er, net als in de casus die bij het hof speelde, sprake van dubbele heffing IAB Zvw.

Bron: Fiscaal Juridisch Adviesbureau Nationale Nederlanden

Informatiesoort: Nieuws

Rubriek: Pensioenen, Loonbelasting, Toeslagen en zorgverzekeringswet

  309
Gerelateerde artikelen