Er is forse kritiek op het UBO-register. De privacybescherming van de UBO is een van de heikele punten. Arnaud Booij beziet een en ander door een juridische bril. In zijn ogen vormen de openbaar toegankelijke UBO-gegevens een ontoelaatbare inbreuk op de privacy van betrokkenen. Dit kan en moet anders!

UBO-register

De komst van het UBO-register is niet meer te stoppen. Door de aangenomen (gewijzigde) vierde Europese anti-witwasrichtlijn heeft Nederland tot en met uiterlijk 10 januari 2020 de tijd voor het implementeren van een register met informatie over de uiteindelijk belanghebbende (Ultimate Beneficial Owner: UBO), oftewel de natuurlijke persoon, die, al dan niet achter de schermen, bij een vennootschap of een andere juridische entiteit aan de touwtjes trekt.

Inbreuk op de privacy

Er is forse kritiek op het wetsvoorstel tot implementatie van het UBO-register. Met name de onbalans tussen privacy en transparantie is een doorn in het oog. Dat werd eens te meer duidelijk tijdens het op 22 mei gehouden rondetafelgesprek over het UBO-register in de Tweede Kamer. Booij (partner van advocatenkantoor Booij Bikkers en docent aan de Universiteit Leiden) was een van de deelnemers aan dit gesprek. "Beperk de openbaarheid van UBO-gegevens," is één van zijn aanbevelingen. Hij legt uit waarom: "Er is maatschappelijk veel verzet tegen de (onnodige) openbaarmaking van gegevens. Dat verzet is begrijpelijk gezien de inbreuk op de privacy. Die inbreuk is alleen toegestaan als daarvoor (1) een wettelijke basis is, er (2) legitieme doelstellingen zijn en (3) de inbreuk noodzakelijk en proportioneel is.”

Dit derde punt is volgens Booij mogelijk onhoudbaar voor het openbare gedeelte van het UBO-register. “Doel van de (gewijzigde) vierde Europese anti-witwasrichtlijn, waarvan de UBO registratie een onderdeel is, is het voorkomen van witwassen en terrorismefinanciering. In hoeverre draagt het openbare gedeelte van het UBO-register bij aan dit doel? Daar is zowel in Europees verband als in de memorie van toelichting bij het implementatiewetsvoorstel geen duidelijk antwoord op gegeven. In de memorie van toelichting is wél aangegeven dat personen of organisaties met de openbare UBO-gegevens beter geïnformeerd kunnen besluiten of zij zaken willen doen met bepaalde entiteiten. En dat van de publieke toegang tot UBO-informatie een preventieve werking kan uitgaan. Dat alles staat helemaal los van het doel van een UBO-register. De voorgestelde openbaarheid lijkt dan ook niet noodzakelijk en mogelijk ook niet proportioneel. Hiermee hebben betrokkenen een juridisch haakje voor het maken van bezwaar tegen de openbaarheid van de UBO-gegevens.”

Toegang bij aantoonbaar belang

Booij is bang dat een algemene openbaarmaking van UBO-informatie leidt tot misbruik van het register door commerciële partijen en in het slechtste geval juist criminele organisaties in de hand speelt. Bovendien levert deze openbaarheid geen wezenlijke bijdrage aan de bestrijding van witwassen en de financiering van terrorisme. Daarom pleit Booij om de toegang tot het UBO-register, ook voor het openbare gedeelte, te beperken tot personen en organisaties die met betrekking tot deze bestrijding een aantoonbaar belang hebben bij de toegang. “Denk bijvoorbeeld aan opsporingsdiensten en poortwachters zoals banken, trustkantoren en belastingadvieskantoren. En wie een belang heeft, moet dat dan ook maar aantonen. De Kamer van Koophandel (KvK) kan dan besluiten tot toegang tot het register, al dan niet tegen betaling.”

Politieke keuze

Maar is de afscherming van het openbare gedeelte tot een ‘aantoonbaar belang’ wel toegestaan? Booij ziet vooralsnog geen bezwaar. “Het is een politieke keuze ter bescherming van de privacy. In Duitsland is het UBO-register alleen toegankelijk voor partijen en organisaties met een aantoonbaar belang om witwassen en terrorismefinanciering te voorkomen en ook België kent restricties toe aan de openbaarheid. En als dit toch niet is wat de Europese Commissie voor ogen had met de vierde anti-witwasrichtlijn, dan zal uiteindelijk het Europese Hof van Justitie hierover moeten beslissen. Het ‘aantoonbaar belang’ ter bestrijding van witwassen en terrorismefinanciering voldoet in ieder geval aan deze richtlijn.”

Bezwaarschriftencircus

Als het UBO-register ongewijzigd wordt ingevoerd, is een stroom aan bezwaarschriften te verwachten. Booij: “Veel UBO’s zullen bezwaar maken tegen de algemene openbaarheid omdat niet duidelijk is waarom deze inbreuk op de privacy noodzakelijk en proportioneel is voor het bestrijden van witwassen en terrorisme. Maar daar blijft het niet bij. Het registreren en het wijzigen van UBO-gegevens geschiedt bij besluit van de KvK. Tegen een dergelijk besluit staat bezwaar en beroep open. Om tijdig bezwaar te kunnen maken moet de KvK de UBO en mogelijk ook andere belanghebbenden op de hoogte stellen van het besluit tot registratie. Hoe dat gaat gebeuren, daarover is nog veel onduidelijkheid. Het wettelijke kader voor kenbaarheid ontbreekt. Stel dat een vennootschap een buitenlandse persoon als haar UBO opgeeft. Stuurt de KvK het besluit dan op naar het adres van deze persoon en in welke taal? En als het besluit niet aankomt, of het adres onjuist blijkt te zijn, vindt openbaarmaking dan wel plaats?”

Booij hoopt dat er snel meer duidelijkheid komt over het kenbaarheidsvereiste voor het besluit tot registratie of wijzigen van de UBO-gegevens. Ook is hij benieuwd hoe de KvK met het bezwaarschriftencircus om zal gaan nu dit niet behoort tot de corebusiness van dit bestuursorgaan. “Ik mag hopen dat de KvK tijdig is voorbereid op veel vragen over en bezwaarschriften tegen de UBO-registratie.”

Pas op voor systeemvervuiling

Een andere aanbeveling van Booij, die tijdens het rondetafelgesprek naar voren kwam, ziet op het gevaar voor systeemvervuiling. “De kans is levensgroot dat er verkeerde informatie over de UBO in het register komt te staan. Vooral bij ingewikkelde internationale structuren is het lastig de werkelijke UBO boven tafel te krijgen. Er kan bijvoorbeeld sprake zijn van een nominee shareholder om de werkelijke aandeelhouder(s) af te schermen. Misschien kan de buiten de EU woonachtige aandeelhouder zich wel beroepen op de privacywetgeving van zijn eigen land en is hij om die reden niet verplicht mee te werken aan het verstrekken van informatie over zichzelf. De juiste informatie verzamelen voor het openbare gedeelte van het register is niet alleen lastig , maar de inhoudelijke toets op juistheid is voor de KvK nagenoeg onmogelijk. Mocht de inschrijvingsplichtige hierop worden aangesproken dan is het verweer al voorhanden: de wet is onduidelijk. Het zou bijzonder prettig zijn als de wetgever in een praktische handleiding met voorbeelden duidelijk maakt wie in welke gevallen de UBO of de ‘pseudo-UBO’ is voor het geval de échte UBO ontbreekt.”

“De kans dat het systeem vervuilt raakt met onjuiste UBO-informatie is dus groot,” vervolgt Booij. “En die vervuiling stopt daar niet. De UBO-gegevens worden namelijk binnen Europa gedeeld. Alle toezichthouders kunnen informatie uit het register halen en uitwisselen. Dat geldt ook voor de Belastingdienst. De onjuiste UBO-informatie komt dus ook terecht in allerlei andere databases met alle gevolgen van dien. Daarom heb ik de aanbeveling gedaan om zorg te dragen voor een sluitend en veilig systeem waarin alleen op juistheid geverifieerde informatie wordt uitgewisseld en waarbij met ‘track and change’ de desondanks toch onjuiste UBO-informatie in alle databases kan worden hersteld, ook in het buitenland.”

Bron: Redacteur Marit Muller

Informatiesoort: Nieuws, Interviews

Rubriek: Fiscaal bestuurs(proces)recht, Belastingrecht algemeen

Focus: Focus

Carrousel: Carrousel

  607
Gerelateerde artikelen