In Vakstudie Nieuws hebben we het jongste overzicht opgenomen van lopende en geplande onderhandelingen van belastingverdragen. 

Het overzicht (V-N 2022/10.8) besteedt in onderdeel 3.5 aandacht aan de onderhandelingen met ontwikkelingslanden. In de Notitie Fiscaal Verdragbeleid 2020 (V-N 2020/30) is opgemerkt dat Nederland tijdens onderhandelingen met ontwikkelingslanden meer rekening zal houden met de positie van deze landen. Ontwikkelingslanden baseren hun verdragsbeleid vaak vooral op het VN-modelverdrag. Recent is een nieuw VN-modelverdrag gepubliceerd. Dit nieuwe VN-modelverdrag 2021 bevat een aantal nieuwe elementen die ontwikkelingslanden in veel geval zullen omarmen bij de actualisering van hun verdragsbeleid en waarmee ook Nederland zal worden geconfronteerd.

Het nieuwe art. 12B VN-modelverdrag dat ziet op inkomsten van automated digital services, verleent aan de bronstaat het recht om belasting te heffen van inkomsten uit ‘‘any service provided on the Internet or another electronic network, in either case requiring minimal human involvement from the service provider’’. Art. 12B VN-modelverdrag staat echter op gespannen voet met de zogeheten two-pillar-solution die de OESO heeft ontwikkeld en waarover 137 leden van het Inclusive Framework on BEPS, waaronder Nederland, overeenstemming hebben bereikt. Een aantal landen waarmee Nederland onderhandelt over hetzij een nieuw belastingverdrag hetzij over aanpassing van het bestaande verdrag, heeft zich niet aangesloten bij dit Inclusive Framework on BEPS of heeft niet ingestemd met de two-pillar-solution. Kenia kent bijvoorbeeld sinds 1 januari 2021 een digital service tax en het is te verwachten dat Kenia het nationale heffingsrecht ook onder een belastingverdrag met Nederland zal willen (kunnen) effectueren.

Verder zijn twee nieuwe bepalingen aan art. 13 VN-modelverdrag (Capital gains) toegevoegd. Het nieuwe lid 6 geeft de bronstaat het recht belasting te heffen van voordelen verkregen uit de vervreemding van een recht dat is verleend onder het recht van die bronstaat, op het gebruik van hulpbronnen die van nature aanwezig zijn in die staat. Uit de toelichting bij deze bepaling komt naar voren dat het bijvoorbeeld gaat om visquota en vergunningen ter zake van de opsporing en winning van natuurlijke rijkdommen, maar tevens om vergunningen voor mobiele telefonie en dataverkeer. Het nieuwe lid 7 geeft, indien aan bepaalde voorwaarden is voldaan, de bronstaat een heffingsrecht over voordelen verkregen uit de vervreemding van aandelen, waarvan de waarde (in) direct voor meer dan 50% bestaat uit eigendommen in de bronstaat die, wanneer de vervreemder van de aandelen deze direct zou houden, op grond van de eerdere bepalingen van art. 13 VN-modelverdrag in de bronstaat mogen worden belast. Beide bepalingen doen denken aan de pogingen van de Indiase belastingdienst in de Vodafoneprocedures.

Het is interessant om te zien of de nieuwe bepalingen uit het VN-modelverdrag een weg zullen vinden naar belastingverdragen en hoe Nederland zal omgaan met de wensen van ontwikkelingslanden om deze bepalingen in een verdrag met Nederland op te nemen. De onderhandelingen met ontwikkelingslanden zullen er in elk geval niet gemakkelijker op worden.

Rubriek: Internationaal belastingrecht

Informatiesoort: Uitvergroot

  1079
Inhoudsopgave van deze editie
Gerelateerde artikelen
MUST READ, COLUMNS