De kerstvakantie is niet de beste periode om een column te schrijven. Melancholie voert de boventoon. Eenmaal onder de boom dwalen de gedachten af naar het afgelopen jaar.

Wat kan anders, wat kan beter? Tsja, de uitleg van samengestelde prestaties in de btw blijkt elke keer weer een hersenkraker.

In het kort. De btw heeft als uitgangspunt dat een beoordeling op de eigen merites op zijn plaats is voor elk van de diverse te onderscheiden prestaties die één belastingplichtige ten behoeve van één afnemer verricht. In twee scenario’s ziet de btw de aangeboden componenten echter samensmelten tot één. Dat is ten eerste wanneer twee of meer handelingen of elementen van een handeling zo nauw met elkaar zijn verbonden dat zij objectief gezien één niet te splitsen economische prestatie vormen. Ten tweede is er sprake van één prestatie wanneer binnen het spectrum van aangeboden prestaties een hoofdprestatie en bijkomende prestaties zijn te onderkennen. De Hoge Raad heeft dit in 2018 weer eens uiteengezet (V-N 2018/45.9). Een bijkomende prestatie is geen doel op zich, maar een middel om de hoofdprestatie optimaal te benutten. Of daarvan sprake is ‘‘moet worden beoordeeld vanuit het perspectief van de gemiddelde afnemer van die hoofdprestatie’’, de modale consument, waarbij het economische doel van de samengestelde prestatie in acht moet worden genomen inclusief het belang van de afnemer van die prestatie. Beste niet-btw’ers, zijn jullie nog aangesloten?

Voor alle partijen lijkt het beter om de genoemde modale consument gesluierd door het leven te laten gaan. En dan niet zomaar een sluier, maarde ‘sluier van onwetendheid’ uit de theorie van John Rawls. Het startpunt van die filosoof is dat ieder van ons geneigd is om vanuit eigenbelang te redeneren. Onder genoemde sluier is echter niet bekend wie rijk of arm is, jong of oud, ambtenaar of werkzaam in de private sector, etc. Ofwel, maatschappelijke posities spelen geen rol bij het maken van keuzes. In die ‘originalposition’ is een keuze in ons eigen belang in ieders belang (www.filosofie.nl/john-rawls).Als ieders belang de boventoon voert in discussies over samengestelde prestaties, is te voorkomen dat de btw-ondernemer, diens adviseur en de inspecteur bij samengestelde prestaties naar een (doorgaans tegengesteld) doel toeredeneren. En ontlasten we bovendien de rechter die ook een mens is en bij zijn beslissing eveneens regelmatig een gevoel volgt.

Een praktische ‘quickfix’ voor dit soort eindeloze discussies biedt de in 2018 ingevoerde ‘VAT’ in de Verenigde Arabische Emiraten (VAE). Van een samengestelde prestatie is daar pas sprake wanneer aan twee voorwaarden is voldaan, aldus kluwertaxblog.com/2018/11/30/one-or-moresupplies-the-uae-vat-attempt-to-codify-it.Ten eerste mag de ondernemer de prijzen voor de te onderscheiden prestaties niet apart berekenen en ten tweede moet diezelfde ondernemer alle componenten zelf aanbieden aan die ene consument. Is deze simpele, maar effectieve, ondergrens zaligmakend? Waarschijnlijk niet. Duiding van de samengestelde of onderscheidenlijke prestaties kan alsnog voer voor discussie zijn, maar is in wetgeving weg te schrijven. Deze ‘VAE oplossing’ brengt de btw terug naar de oorspronkelijke bedoeling van een neutrale verbruiksbelasting die elke levering van een goed of dienstverrichting afzonderlijk beoordeelt. Maar goed, tot het in de EU zover is, kijk ik uit naar de volgende discussie. Wellicht tot dan!

 

Informatiesoort: Uitvergroot

Rubriek: Europees belastingrecht, Omzetbelasting

  1984
Gerelateerde artikelen