Op 6 oktober 2025 stuurde de NOB aan de koepelorganisatie Universiteiten van Nederland (UNL), het overlegorgaan van de Colleges van Bestuur van de Nederlandse universiteiten, een zeer korte notitie.

De NOB maakt zich zorgen over ‘de kwaliteit en kwantiteit van fiscale opleidingen in Nederland op universitair en HBO-niveau’. Er zijn volgens de NOB te veel fiscale opleidingen in Nederland, zo versta ik de zinsnede over de kwantiteit. De NOB presenteert in de notitie namelijk het plan het aantal universitaire fiscale opleidingsplaatsen terug te dringen van acht naar drie (zuid, midden en noord). Er zou een commissie moeten worden ingesteld die deze ‘denkrichting’ onderzoekt.

De UNL vindt dat universiteiten responsief moeten zijn voor geluiden uit het werkveld en ziet de notitie als het ‘nadrukkelijk luiden van de noodklok’. Wel ontbreekt een aantal belangrijke punten, meent de UNL, zoals de verwevenheid van universitair onderwijs met wetenschappelijk onderzoek. Dat belangrijke punten ontbreken is wat mij betreft een understatement. Feitelijk wordt alleen de aanleiding voor het schrijven van de notitie opgemerkt. De kwalificatie ‘denkrichting’ doet de niet-onderbouwde notitie te veel eer aan. De UNL doet welwillend een suggestie: naast de NOB kunnen ook andere spelers betrokken worden bij het uitdenken van dit plan, zowel binnen als buiten de universiteit. Zo heeft de Belastingdienst nog geen standpunt ingenomen.

Door de vakgroepen van de rechtenfaculteiten wordt verbaasd gereageerd op dit alles. Zij hebben zich hoofdzakelijk kritisch in het debat gemengd en vanzelfsprekend zal ook het belang van zelfbehoud een rol spelen. Tegelijkertijd steken de faculteiten hun kop niet in het zand. Ze zien het probleem van het teruglopende studentenaantal en de vergrijzing, en benoemen bijvoorbeeld ook de afnemende aantrekkingskracht van het beroepsveld. Maar ze zien, net als de UNL, de verwevenheid met wetenschappelijk onderzoek en noemen ook de verwevenheid met andere universitaire studies. Fiscaal recht ís nota bene bestuursrecht, het sanctiearsenaal is strafrechtelijk van aard en de invordering is grotendeels civiel.

Zoals het de wetenschap betaamt wordt ook een fundamenteler punt benoemd. Het verlangen het onderwijs beter te laten aansluiten bij de beroepspraktijk die de NOB vertegenwoordigt, is strijdig met academische onafhankelijkheid. Hier is voorzichtigheid geboden, vooral nu deze gevoeligheid enkele jaren geleden ook speelde, toen er vragen rezen over de financiering van leerstoelen door de beroepspraktijk. Juist omdat het belastingrecht draait om de financiering van de overheid zijn verschillende perspectieven van belang. De visie en behoefte van de beroepspraktijk zijn van groot belang, maar de NOB is niet de toezichthouder van de fiscale opleidingen.

Op 22 september 2026 reageerde de NOB: “Uiteraard is het aan de universiteiten om te bepalen hoe om te gaan met een notitie van de NOB.” Dat spreekt inderdaad voor zich. Een inhoudelijke tegenwerping, zoals die van verwevenheid met wetenschappelijk onderzoek, wordt afgedaan met de dooddoener dat de NOB bereid is mee te denken. En op het belang van interne rechtsvergelijking wordt helemaal niet gereageerd. Het debat is in ieder geval geopend en de universiteiten lijken gelukkig te zullen strijden voor de kernwaarden van de academische wereld.

Informatiesoort: Uitvergroot

Rubriek: Belastingrecht algemeen

71

Gerelateerde artikelen