Het beroep van X bv is gericht tegen het niet tijdig nemen van een besluit. Hof Arnhem vernietigt de uitspraak van de rechtbank en verklaart de bij de rechtbank ingestelde beroepen van X bv niet ontvankelijk. Ter zitting bij het hof is komen vast te staan dat X bv de inspecteur niet schriftelijk in gebreke heeft gesteld.

Belanghebbende, X bv, dient over de maanden januari  2008 t/m juni 2009 via maandaangiften btw achttien teruggaafverzoeken btw in voor in totaal ruim € 900.000. De inspecteur verzoekt om inzage in de administratie van X bv over de desbetreffende periode. Medio 2008 spant  X bv een kort geding aan en vordert betaling van de teruggaven. De voorzieningenrechter wijst de vordering in september 2008 af. In november 2008 vindt er een gesprek plaats met de boekhouder van belanghebbende. Uit de daarvan opgemaakte gespreksnotitie blijkt dat de Belastingdienst vraagtekens plaats bij de kwaliteit van de boekhouding van X bv. In december 2009 ontvangt de inspecteur een renseignement van een controlerend ambtenaar dat de teruggaafverzoeken facturen bevatten die nooit zijn betaald. Op 26 maart 2010 gaat X bv in beroep wegens het niet-tijdig nemen van een besluit. Rechtbank Arnhem verklaart het beroep gegrond en draagt de inspecteur op om, op straffe van een dwangsom, binnen drie maanden na het verzenden van de uitspraak te beslissen op de teruggaafverzoeken.

Hof Arnhem sluit zich aan bij het oordeel van de rechtbank, maar verklaart evenwel de bij de rechtbank ingestelde beroepen niet-ontvankelijk. Bij een beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit is vereist dat de belanghebbende het bestuursorgaan schriftelijk mededeelt dat het in gebreke is. In het beroep bij de rechtbank heeft de inspecteur het standpunt dat X bv niet ontvankelijk is in haar beroepen omdat hij geen ingebrekestelling heeft ontvangen, laten vallen. Maar na de uitspraak van de rechtbank heeft de Hoge Raad echter geoordeeld dat de rechter in belastingzaken bij de beoordeling of een bij hem ingesteld rechtsmiddel ontvankelijk is, gehouden is ambtshalve onderzoek te doen naar de aannemelijkheid van feiten die door een partij in dat verband worden aangevoerd, ook indien die gestelde feiten door de inspecteur worden erkend of niet worden betwist. (Hoge Raad, 13 mei 2011, nr. 10/03845, LJN BQ4291). Het hof heeft deze beslissing van de Hoge Raad aan belanghebbende voorgehouden en stelt vast dat X bv de inspecteur niet schriftelijk in gebreke heeft gesteld. Het hof vernietigt daarop de uitspraak van de rechtbank.

[Bron Uitspraak]

Editie: 13 april

Instantie: Hof Arnhem

Rubriek: Fiscaal bestuurs(proces)recht, Omzetbelasting

Informatiesoort: VN Vandaag

  16
Inhoudsopgave van deze editie
Gerelateerde artikelen