Hof Arnhem-Leeuwarden oordeelt dat de inspecteur geen ambtelijk verzuim heeft begaan. De inspecteur hoefde de IB-aangiften 2011-2013 niet aan een nader onderzoek te onderwerpen.

In haar IB-aangifte 2011 neemt X voor de periode tot 25 november een eigen woning op en merkt zij een bouwkavel voor de rest van het jaar aan als eigen woning. Het bloot eigendom van de eigen woning is in 2011, onder vestiging van het recht van vruchtgebruik, verkocht aan de kinderen van X. X vult de rubrieken ‘verkoopprijs verkochte eigen woning’, ‘eigenwoningschuld verkochte woning’ en ‘overwaarde van de verkochte eigen woning’ niet in. In de jaren 2011-2013 brengt X hypotheekrente in aftrek. Naar aanleiding van een onderzoek stelt de inspecteur echter vast dat in 2011 een eigenwoningreserve is ontstaan en dat na aftrek van deze reserve geen eigenwoningschuld meer resteert. Hij legt daarom IB-navorderingsaanslagen op aan X in verband met de afgetrokken hypotheekrente. X stelt echter dat de inspecteur niet beschikt over een nieuw feit.

Hof Arnhem-Leeuwarden oordeelt dat de inspecteur geen ambtelijk verzuim heeft begaan. Volgens het hof hoefde de inspecteur de IB-aangiften 2011-2013 niet aan een nader onderzoek te onderwerpen. De informatie die de inspecteur met het onderzoek in 2017 heeft vergaard, vormt een navordering rechtvaardigend nieuw feit. Uit dit onderzoek bleek namelijk dat door de aanwezigheid van een eigenwoningreserve geen recht bestond op aftrek van de hypotheekrente. Het gelijk is aan de inspecteur.

Lees ook het thema Navordering

[Bron Uitspraak]

Wetsartikelen:

Algemene wet inzake rijksbelastingen 16

Editie: 11 mei

Informatiesoort: VN Vandaag

Instantie: Hof Arnhem-Leeuwarden

Rubriek: Inkomstenbelasting

  737
Inhoudsopgave van deze editie
Gerelateerde artikelen