Hof Den Haag oordeelt dat uit de overeenkomst niet blijkt dat X bv diensten verricht voor Q. Volgens het hof treedt X bv namelijk autonoom en voor eigen rekening op, en niet als vertegenwoordiger van Q. De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie zonder nadere motivering ongegrond (art. 81 lid 1 Wet RO).

X bv verricht activiteiten op de geld- en kapitaalmarkt, waaronder bond broking activiteiten. X bv treedt daarbij op als effectenmakelaar, en brengt professionele partijen bij elkaar op de ‘over the counter’ markt. Partijen op deze markt zijn niet op de hoogte van elkaars laat- en biedprijzen. Het verschil tussen de laat- en biedprijs, de ‘spread’, komt toe aan X bv. In casu vindt de uiteindelijke transactie plaats door tussenkomst van Q, een in New York gevestigde bank. Naar aanleiding van een boekenonderzoek stelt de inspecteur dat X bv weliswaar (van BTW-heffing vrijgestelde) bond broking diensten verricht, maar dat Q niet de afnemer is van deze financiële prestaties. De afnemers zijn volgens de inspecteur namelijk de professionele partijen die door tussenkomst van X bv en Q transacties met elkaar aangaan. Volgens de inspecteur heeft X bv daarom slechts recht op aftrek van BTW-voorbelasting voor zover deze cliënten buiten de EU zijn gevestigd, maar niet voor de vergoedingen ontvangen van Q. De inspecteur legt BTW-naheffingsaanslagen op aan X bv. Rechtbank Den Haag oordeelt dat uit de overeenkomst tussen X bv en Q niet blijkt dat X bv diensten verricht voor Q, en handhaaft de naheffingsaanslagen.

Hof Den Haag (V-N 2019/36.1.8) oordeelt dat X bv niet aannemelijk maakt dat zij diensten verricht voor Q. Volgens het hof treedt X bv namelijk autonoom en voor eigen rekening op, en niet als vertegenwoordiger van Q. Hiervoor ontvangt X bv ook de spread. Hierbij is volgens het hof ook niet van belang dat X bv een account heeft bij Q en Q via dit account met X bv de clearing en settling afhandelt. Het hof bevestigt de uitspraak van de rechtbank.

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie zonder nadere motivering ongegrond (art. 81 lid 1 Wet RO).

[Bron Uitspraak]

Wetsartikelen:

Wet op de omzetbelasting 1968 11

Wet op de omzetbelasting 1968 15

Rubriek: Omzetbelasting

Instantie: Hoge Raad

Informatiesoort: VN Vandaag

Editie: 28 mei

  402
Inhoudsopgave van deze editie
Gerelateerde artikelen