De Geheimhoudingskamer Hof Arnhem-Leeuwarden beslist dat Belastingdienst persoonsgegevens van afnemers en leveranciers van autohandelaar X bekend moet maken. Bij omkering bewijslast en vergrijpboetes weegt het belang van X zich te kunnen verdedigen zwaarder dan het belang van geheimhouding voor de betrokken personen.

X drijft een eenmanszaak die tot en met 2013 (klassieke) auto’s, rekwisieten en kleding aan film- en televisieproducenten verhuurt. Na 2013 is geen omzet meer verantwoord in de BTW-aangiften. Bij een controle in 2013/2014 blijkt dat er 89 voertuigen op naam van X staan. Bij een boekenonderzoek in 2017/2018 blijkt dat bijna 60 voertuigen minder op naam stonden dan vier jaar eerder. Uit derdenonderzoeken is een groot deel van de bruto-opbrengsten bij verkopen in 2015 en 2016 achterhaald. Deels is BTW in rekening gebracht op facturen. Deels zijn facturen zonder BTW uitgereikt en deels zijn geen facturen aangetroffen. Verder zijn zeven voertuigen voor € 65.000 ingeruild bij de aankoop van een Porsche Cayenne.

Nadat Rechtbank Gelderland beslist dat de naheffingsaanslagen op basis van redelijke schattingen zijn opgelegd, gaat X in hoger beroep. De Belastingdienst brengt daarbij een stuk in, om inzicht te geven in de handelsvoorraad (Query HSB-voorraad overzicht). In het overzicht staan voertuiggegevens zoals RDW-registratienummer en kenteken, alsmede fiscale nummers van leveranciers en afnemers van X. Met een beroep op geheimhouding (art. 8:29 Awb) maakt de Belastingdienst de fiscale nummers en RDW-registratienummers van leveranciers en afnemers in een aantal gevallen onleesbaar. De Belastingdienst wil alleen de geschoonde versie als gedingstuk inbrengen.

Volgens Hof Arnhem-Leeuwarden is geheimhouding niet gerechtvaardigd van de fiscale nummers en RDW-registratienummers van de auto’s waarop de naheffingsaanslagen betrekking hebben. De geheimhoudingsplicht van art. 67 AWR geldt niet als bekendmaking verplicht is op basis van wettelijk voorschrift. Aangezien op de zaak betrekking hebbende stukken volgens art. 8:42 Awb moeten worden ingebracht, geldt de geheimhoudingsplicht van art. 67 AWR hier niet.

De inbreng van de ‘Query-HSB’ geldt wel als verwerking van persoonsgegevens in de zin van de AVG. Vanwege de wettelijke plicht tot inbrengen, levert ook de AVG geen gewichtige reden om de verstrekking van persoonsgegevens te beperken.

Tot slot beslist het hof dat de belangen van X om zich te kunnen verdedigen zwaarder wegen dan het belang van de personen om persoonsgegevens geheim te houden, althans, voor zover het de auto’s betreft waar de naheffingsaanslagen betrekking op hebben. Dat komt omdat niet denkbeeldig is dat ook in hoger beroep sprake is van omkering en verzwaring van de bewijslast, omdat een vergrijpboete is opgelegd, en tot slot omdat X aanvoert dat mogelijk sprake is van consignatie, wat aanmerkelijke invloed op de verschuldigde BTW heeft.

Het hof stelt de Belastingdienst in de gelegenheid om te laten weten welke gevolgen hij aan de beslissing verbindt.

[Bron Uitspraak]

Wetsartikelen:

Algemene wet bestuursrecht 8:42

Algemene wet bestuursrecht 8:29

Algemene wet inzake rijksbelastingen 67

Algemene wet inzake rijksbelastingen 67f

Uitvoeringsbeschikking omzetbelasting 1968 1

Wet op de omzetbelasting 1968 34

Instantie: Hof Arnhem-Leeuwarden

Rubriek: Omzetbelasting, Fiscaal bestuurs(proces)recht

Editie: 5 augustus

Informatiesoort: VN Vandaag

  393
Inhoudsopgave van deze editie
Gerelateerde artikelen