Het College van Beroep voor het bedrijfsleven oordeelt dat de Minister van EZK bij de beoordeling van aanvragen van tegemoetkoming vaste lasten gebonden is aan de omzetgegevens uit de aangifte omzetbelasting.

X vraagt een tegemoetkoming vaste lasten aan voor het tweede en derde kwartaal van 2021. De Minister van EZK wijst deze verzoeken af vanwege twijfel over de omzet over het derde kwartaal van 2021. De minister heeft onderzoek gedaan naar de omzet in Q3 en X tevergeefs gevraagd om bewijs te leveren dat de gefactureerde omzet is betaald.

Het College van Beroep voor het bedrijfsleven oordeelt dat de Minister van EZK bij de beoordeling van aanvragen van tegemoetkoming vaste lasten gebonden is aan de omzetgegevens uit de aangifte omzetbelasting. In de regelgeving is om redenen van uitvoerbaarheid bewust gekozen om voor het bepalen van de omzet aan te sluiten bij de BTW-aangifte. De minister heeft zelf ook aangegeven dat het oordeel van de Belastingdienst over de aangifte leidend is. Als de minister twijfelt over de juistheid van een aangifte, dient hij zich te beperken tot het doen van navraag bij de Belastingdienst. Pas als de Belastingdienst concludeert dat de aangifte onjuist is en overgaat tot aanpassing, kan de minister besluiten de subsidieverlening daarop aan te passen. In dit geval is daar geen sprake van en mocht de minister dus niet afwijken van de aangifte omzetbelasting. De beroepen zijn gegrond en het College vernietigt de bestreden besluiten.

[Bron Uitspraak]

Instantie: College van Beroep voor het bedrijfsleven

Rubriek: Belastingrecht algemeen

Editie: 5 augustus

Informatiesoort: VN Vandaag

Dossiers: Corona

Carrousel: Carrousel

  490
Inhoudsopgave van deze editie
Gerelateerde artikelen