Hof Arnhem-Leeuwarden oordeelt dat de heffingsambtenaar de WOZ-waarde aannemelijk moet maken. Dit doet niet aan af de proceshouding van X dat hij tijdens de zitting het standpunt inneemt dat de waarde enerzijds te hoog is en anderzijds te laag.

X heeft twee bovenwoningen en een winkelpand en is het niet eens met de WOZ-waarde 2019. In hoger beroep stelt de gemachtigde van X dat de waarde te hoog is. Subsidiair stelt hij dat de waarde te laag is. De heffingsambtenaar klaagt over deze proceshouding.

Hof Arnhem-Leeuwarden oordeelt dat de heffingsambtenaar de WOZ-waarde aannemelijk moet maken. Dit doet niet aan af aan de proceshouding van X dat hij tijdens de zitting het standpunt inneemt dat de waarde enerzijds te hoog is en anderzijds te laag. Voor de bovenwoningen slaagt de heffingsambtenaar in zijn bewijslast. Voor het winkelpand echter niet. De heffingsambtenaar geeft onvoldoende inzicht in de referentieobjecten. X heeft recht op een immateriële schadevergoeding, omdat de redelijke termijn is overschreden. De uitbraak van corona is in algemene zin geen bijzondere omstandigheid die een verlenging van de tweejaarstermijn rechtvaardigt. Van een bijzondere omstandigheid is daarentegen wel sprake indien partijen waren uitgenodigd voor een onderzoek ter zitting in de periode waarin de gerechtsgebouwen in verband met de uitbraak van dit virus waren gesloten. In deze zaak is er geen sprake van een bijzondere omstandigheid, omdat er geen nieuwe zitting is ingepland vanwege de coronasluiting tussen 17 maart 2020 en 10 mei 2020.

[Bron Uitspraak]

Wetsartikelen:

Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden 6

Wet waardering onroerende zaken 17

Informatiesoort: VN Vandaag

Rubriek: Waardering onroerende zaken, Fiscaal bestuurs(proces)recht

Instantie: Hof Arnhem-Leeuwarden

Editie: 27 januari

7

Inhoudsopgave van deze editie

Gerelateerde artikelen