Het Hof van Justitie EU oordeelt dat Nederland niet in strijd met het EU-recht handelt door het premiedeel van de algemene heffingskorting tijdsevenredig te verminderen. Het premiedeel van de heffingskorting is dan evenredig aan de periode waarin er sprake is van Nederlandse verzekeringsplicht.

Het Hof van Justitie EU oordeelt dat Nederland niet in strijd met het EU-recht handelt door het premiedeel van de algemene heffingskorting tijdsevenredig te verminderen. Het premiedeel van de heffingskorting waarop Zyla recht heeft, is dan evenredig aan de periode waarin zij verzekerd is geweest in Nederland. Van de jaarlijkse heffingskorting wordt dan het gedeelte uitgesloten dat evenredig is aan elke periode waarin zij niet was verzekerd in Nederland, en in Polen woonde zonder daar een beroepsactiviteit uit te oefenen. Het Hof van Justitie EU overweegt hierbij dat het primaire EU-recht een werknemer niet kan waarborgen dat verplaatsing naar een andere lidstaat dan zijn lidstaat van herkomst op sociaal gebied neutraal is. Een dergelijke verplaatsing kan namelijk op dat gebied meer of minder voordelig zijn voor de betrokken persoon. Volgens het Hof van Justitie EU waarborgt het EU-recht alleen maar dat voor werknemers die een activiteit uitoefenen op het grondgebied van een andere lidstaat dan hun lidstaat van herkomst, dezelfde voorwaarden gelden als voor de werknemers van die andere lidstaat.

[Bron Uitspraak]

Wetsartikelen:

Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie 45

Wet inkomstenbelasting 2001 8.10

Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten 26

[Nieuwsbron]

Instantie: Hof van Justitie van de Europese Unie

Rubriek: Inkomstenbelasting, Internationale sociale zekerheid, Premieheffing, Europees belastingrecht

Editie: 25 januari

Informatiesoort: VN Vandaag

  449
Inhoudsopgave van deze editie
Gerelateerde artikelen