Hof Den Haag oordeelt dat niet aannemelijk is geworden dat voor X sprake is van zodanige omstandigheden dat sprake is van een buitensporige last. Hierbij moet namelijk niet alleen rekening worden gehouden met de box 3-heffing maar met de gehele financiële situatie van X.

Belanghebbende, X, geniet in 2016 en 2017 een inkomen van circa € 38.000 en zijn partner circa € 17.000. X is het niet eens met de door hem verschuldigde box 3-heffing over zijn vermogen. Volgens X is er sprake van een individuele en buitensporige last.

Hof Den Haag oordeelt dat niet aannemelijk is geworden dat voor X sprake is van zodanige omstandigheden dat sprake is van een buitensporige last. Hierbij moet namelijk niet alleen rekening worden gehouden met de box 3-heffing maar met de gehele financiële situatie van X. Gezien het inkomen van X en Y van circa € 56.000 en het feit dat in 2016 de box 3-heffing niet hoger is dan het werkelijk behaalde rendement, is er voor 2016 geen sprake van een buitensporige last. Voor 2017 is dat ook niet het geval, ondanks het feit dat de box 3-heffing hoger is dan het werkelijk behaalde rendement. X en Y hoeven namelijk niet in te teren op hun vermogen om de box 3-heffing van € 11.093 te voldoen. De aanslagen blijven in stand.

Lees ook het thema Box 3.

[Bron Uitspraak]

Wetsartikelen:

Protocol bij het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden 1

Wet inkomstenbelasting 2001 5.2

Informatiesoort: VN Vandaag

Rubriek: Inkomstenbelasting, Belastingrecht algemeen

Dossiers: Box 3

Instantie: Hof Den Haag

Editie: 25 oktober

6

Inhoudsopgave van deze editie

Gerelateerde artikelen